Via Nieuw-Caledonië naar Australië

Klets! Er suist iets langs mijn oor wat tegen de grootschoot vliegt. Een tel later ligt het op de kuipvloer te spartelen: een vliegende vis. Poeh, dat ging maar net goed. Althans, voor mij dan. Voor de vis was de klap waarschijnlijk hard zat en naar adem happend in de kuip van een boot eindigen, was vast niet zijn bedoeling. Ik knip mijn hoofdlampje aan en zoek naar het slachtoffer. Met een vies gezicht pak ik de vis bij zijn staart en kieper hem over boord. Hij komt met de schrik vrij.

We zijn onderweg van Fiji naar Nieuw-Caledonië. Waar we bij vertrek uit Denerau nog allerlei boten om ons heen zagen, is de vloot op de tweede nacht al behoorlijk uit elkaar gevallen. Iedere boot heeft uiteraard een andere snelheid en bovendien gaan de meeste boten naar Vanuatu. Erg rouwig zijn we er niet om. Des te minder hoeven we op te passen voor andere boten. Alhoewel, een stop in Vanuatu had ons ook wel heel gaaf geleken.

Croissants en Franse kaasjes

Na een tocht met heel wisselende zeilomstandigheden, maken we ons op voor de aankomst. De enige plek in Nieuw Caledonië waar we kunnen inklaren is in de hoofdstad: Nouméa. We kiezen ervoor om aan de zuidwestzijde van de koraalring de eilandengroep binnen te varen en tussen de eilandjes door onze weg naar Nouméa te zoeken. Op die manier hoeven we minder mijlen te maken en redden we het waarschijnlijk net om nog met daglicht en vóór de harde wind die verwacht wordt, binnen te varen. Een ander voordeel: we zien vast wat van de bijzondere eilandengroep.

De zon is net onder als we de marina binnenvaren. We worden warm welkom geheten door een havenmedewerker op de steiger, knopen de boot vast en zijn dan al snel in dromenland. Het inklaren de volgende dag is een fluitje van een cent en wordt grotendeels door de marina geregeld. Hongerig gaan we opzoek naar croissants, stokbrood en Franse kaasjes. Nieuw-Caledonië is namelijk een staat binnen Frans overzees gebied. Iets waar niet alle oorspronkelijke Kanak bewoners blij mee zijn. Van de onafhankelijkheidsprotesten van een jaar eerder, merken we  gelukkig niet veel. Al hoorden we van andere zeilers, die in de watersportwinkel om de Nieuw-Caledonische vlag vroegen, kregen te horen dat er maar één vlag is: de Franse driekleur.

Ondanks de beschrijvingen van de bijzondere flora en fauna in Nieuw-Caledonië, besluiten we, zodra het kan, onze tocht naar Australië voort te zetten. Ons plan is namelijk om eind oktober de boot veilig in Australië achter te laten. Zodat we in Nederland weer een aantal maanden kunnen werken om de boordkas aan te vullen. Aangezien Nouméa ook de enige plek is waar we kunnen uitklaren, blijven we in de marina liggen. Genietend van de luxe van elke dag douchen en vers stokbrood kopen. Ondertussen blijven we telkens het weerbericht in de gaten houden. Na zo’n tien dagen is het zover: er doet zich een mooi weervenster voor om naar Brisbane te varen. We klaren uit, doen de laatste boodschappen, maken de hele boot van onder tot boven schoon en vertrekken naar een ankerplek iets buiten de stad. Vanaf daar zetten we de volgende ochtend zeil en schuimen met een flinke puist wind naar de stad waar Jord en Rosa alweer zeven jaar wonen.

Bang voor beestjes

Na zeven dagen varen met veel en geen wind, zon, regen en op de laatste dag ook nog onweer in de verte, doemt voor ons Australië op. We varen extreem traag de Moreton Bay binnen om ervoor te zorgen dat we zondag na werktijd van Biosecurity aankomen. Aangezien Australië zeer strenge eisen heeft over wat het land wel en niet in mag (geen verse groente, eieren, vlees, beestjes etc.) wacht ons een uitgebreide controle. En de tijd die ze daarvoor nodig hebben, moeten we betalen. In het weekend zijn die kosten bijna dubbel. Dus er is ons alles aangelegen die controle pas maandagochtend plaats te laten vinden.


Jord: Marine Traffic zegt dat jullie in Brisbane zijn!

Marrit: Wij komen over een kwartiertje aan in de haven. Best bizar om te bedenken dat we naar Brisbane zijn gevaren.😊

Jord: Zitten jullie tot morgen opgesloten op de boot?

Marrit: Als het goed is komen ze (Bioscecurity) vanochtend om de hele boot te doorzoeken en Border Force zou snel afgerond moeten zijn. Dus we hopen vanmiddag onze gang te kunnen gaan.


All the way to Brisbane

Die middag lopen Jord en Rosa met hun twee dochters de steiger op. Er volgt een warm weerzien. We eten met z’n allen op de boot die middenin de stad ligt, gaan bij hun thuis langs, varen met z’n allen een stukje door het deltagebied tussen Brisbane en Gold Coast en spenderen een hele dag met alleen Jord en May (hun vierjarige dochter) om te zeilen, spearfishen en schat te zoeken op een eilandstrandje.

De tijd vliegt voorbij en voor we het weten moeten we nadenken over het moment van vertrek. De boot kunnen we vanwege de verzekering niet in Brisbane achterlaten. Vanwege het cycloonseizoen worden we gedwongen een zuidelijker gelegen haven uit te zoeken. Dat is Port Macquarie geworden, een stadje langs de kust tussen Brisbane en Sydney. Via het deltagebied varen we naar Gold Coast. Vanaf daar maken we nog één dag een wandeling door een verderop gelegen nationaal park en dan is het tijd om afscheid te nemen. Nooit makkelijk. Maar, de goede herinneringen blijven én het scheelt dat we weten dat we opnieuw langs Brisbane varen als we weer terugkomen uit Nederland.

Laatste tocht van het seizoen

Vanuit Gold Coast steken we de zee op en in iets meer dan een etmaal varen we naar Coffs Harbour. Daar wacht ons een baai met een enorme golfbreker die ervoor zorgt dat we redelijk comfortabel kunnen ankeren voor de nacht. De volgende dag vertrekken we op tijd voor de laatste tocht van dit seizoen. We hebben 75 mijl voor de boeg en moeten proberen rond hoog water aan te komen in Port Macquarie. Er ligt daar, zoals op zoveel plekken in Australië, een flinke drempel voor de riviermonding die nare brekende golven kan veroorzaken met het verkeerde tij, swell en wind. Het is al donker als we aankomen, maar de zee is relatief rustig. Nadat we Marine Rescue hebben opgeroepen om navraag te doen wat de condities bij de drempel zijn, gokken we het erop. Met een rotgang stromen we naar binnen. De dieptemeter houden we nauwlettend in de gaten en naast Navionics zijn de lichten in lijn onze enige houvast. Het gaat allemaal goed en eenmaal op de rivier gaat het anker uit.

Een dag later varen we naar de haven. De tickets naar Nederland zijn inmiddels geboekt. Nog drie weken om de boot goed achter te laten, Sydney én Istanbul te bekijken en dan ziet Joost na twee jaar en ik na drie jaar eindelijk weer onze familie en vrienden!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *