Autopech en motorpech

Vijfenhalve maand zijn we in Nederland geweest. Hoewel Marrit daar anders over denkt, is wat mij betreft de winter niet het beste moment om in Nederland te zijn. Toch hebben we ervan genoten. We hebben flink kunnen werken. Het was fijn om familie en vrienden weer te zien. En we hebben kunnen schaatsen, sneeuwballen gooien en oliebollen eten. Zo vloog de tijd voorbij. Voor we het wisten, zaten we alweer in het vliegtuig terug naar Australië.

Terug aan boord

We wisten niet goed hoe we de Awa, terug in Port Macquarie, zouden aantreffen. Op het eerste gezicht ligt ze er precies zo bij als we haar hadden achter gelaten. Misschien iets meer vogelpoep op het dek, maar in ieder geval geen pelikaan in de mast. Helaas heeft de buiskap het wel erg zwaar gehad in de brandende Australische zomerzon. Enkele naden zijn opengescheurd en de raampjes zijn dof geworden. En ook onder de boot blijkt het flink aangegroeid. Als ik het schuifluik opendoe, komt een intense geur me tegemoet. De lucht van een oude boot: olie, diesel, vocht en algemene muffigheid. Dat was eigenlijk ook wel te verwachten. Snel doen we alle luiken open. Zeilen, reddingsvlot en bijboot gaan naar buiten om wat leefruimte te maken. Dan eerst maar eens wat slaap inhalen na een reis van 41 uur.

De opvolgende dagen maken we de boot weer zeilklaar. Het meeste onderhoud hadden we al gedaan voordat we de boot achterlieten, dus het gaat redelijk vlot. Ik hik tegen één project in het bijzonder aan: Het vervangen van de distributieriem. Eigenlijk wil ik het wel graag zelf kunnen doen, maar ik durf niet goed. Als ik dit verkeerd doe, draait mogelijk de hele motor in de soep.

Vervangen van de distributieriem

Dan blijkt dat we nog wel een week moeten wachten op goed weer om weg te varen. Dus na wat aanmoedigingen van Marrit en het bekijken van vele YouTube video’s, trek ik toch maar de stoute schoenen aan. Gelukkig heb ik een hotline met Stef van de Long John Silver. Hij heeft dezelfde motor en hem heb ik vorig jaar geholpen met dezelfde klus.

Stap voor stap en heel nauwkeurig volg ik de instructies uit het werkplaatshandboek. Zolang je je kop erbij houdt is het eigenlijk heel goed te doen. Alleen de waterpomp laat ik na enig twijfelen toch maar zitten. Om die te vervangen moet er nog meer los, en daarvoor heb ik eigenlijk niet het goede gereedschap. Hij lijkt nog origineel, dus waarom zou die niet nog eens vijf jaar meegaan? En zo niet, dan weet ik in ieder geval vast hoe de riem er weer af moet. “Start hem maar”, roep ik naar Marrit die buiten in de kuip staat. De motor komt tot leven en ronkt weer net zo mooi als altijd. Klusje geklaard. Een opluchting en stiekem best wel trots dat dit gelukt is.

Op kampeertrip in de Australische bush

Het slechte weer is nog niet voorbij. Het waait hard en regelmatig trekt er een flinke bui over. Dus bekijken we online de camping die de havenmeester ons aanraadt. Makkelijk aan te rijden en op een prachtige plek. Helaas zien we alleen maar verharde kampeerplekken. Niet echt geschikt om onze tent op te zetten. Ons oog valt daarom op een afgelegen camping middenin het nationale park. Verassend genoeg heb je geen fourwheeldrive nodig om er te komen, lezen we. Met deze informatie in ons achterhoofd rijden we de volgende dag met een glimmende Toyota Carola Hybrid de verhuurlocatie af. Met de huidige brandstofprijzen is dit in ieder geval lekker zuinig.

Een half uurtje na de Koala Sanctuary houdt het asfalt al op. Marrit en ik kijken elkaar aan: Nu al een dirtroad? Volgens de verhuurder moest dat geen probleem zijn. De weg is goed onderhouden en we kunnen dus anderhalf uur lekker doorrijden. Maar dan wordt de weg slechter en al snel knallen de stenen van de middenberm tegen de onderkant van de auto. De camping moet een half uurtje verderop zijn. Wellicht is het even een slecht stukje? Heel voorzichtig ploegen we voort. Hadden we onze oude vertrouwde Nissan X-trail uit Nieuw-Zeeland nog maar… Dan was dit wel leuk geweest. De aankomsttijd bij de camping loopt op. Dan rijden we een ander nationaal park binnen en is de weg weer even in goede staat. Opgelucht halen we adem. Op deze manier halen we de camping nog wel voor donker.

Lekke band

Tot we ineens voor een klein beekje staan dat over de weg stroomt. We moeten al heel dicht bij de camping zijn. We stappen uit. Het water is niet diep, dit zal nog wel lukken. Heel voorzichtig rijden we erdoor. Gelukt! Maar een bocht verderop is nóg een riviertje. Deze is wel diep, en de oevers erg stijl. Nu is het echt duidelijk dat we niet verder kunnen. Gefrustreerd keren we om. Als de weg weer enigszins normaal is stappen we uit om een nieuw plannetje te maken. Maar dan ontdek ik een lekke band. Ook dat nog eens. De hele middag zijn we geen auto tegengekomen en we hebben hier ook geen bereik. Gelukkig ligt er wel een reserveband, een thuisbrengertje, achterin. Alle frustratie gooi we in het wisselen van de band en binnen no-time hangt er een nieuwe onder. Maar wat nu? Helemaal terugrijden redden we niet voor donker en we hebben niet nóg een reserveband. We besluiten een andere camping te inspecteren waar we net langs zijn gereden, hoewel de lol van een kampeertripje er inmiddels wel helemaal af is.

De camping is volledig verlaten. Er staat een hutje en er ligt wat brandhout. Het is eigenlijk een hele mooie verlaten plek. Maar we voelen ons er op dit moment vooral erg eenzaam. Dan horen we een auto in de verte. Snel sprint ik terug naar de weg waar op dat moment precies een 4WD de camping opdraait met twee doorgewinterde bushwalkers erin. Het blijkt dat ze deze camping al drie dagen als uitvalsbasis hebben om verschillende wandelingen in de omgeving te maken. De achterklep gaat open en hun volledige uitrusting komt naar buiten. Van twee kettingzagen, een bijl, touwen en katrollen tot een mobiele douche met warm water en zelfs een espressoapparaat voor op een gaspitje. We voelen ons erg domme toeristen, maar daar laten zij niets van blijken. ’s Avonds delen ze hun kaas, wijn, steak en prachtige verhalen met ons rondom een knetterend kampvuur. Het is een prachtige ontmoeting. Als we de volgende dag de camping weer verlaten, weten we dat zij aan het eind van de dag achter ons aankomen. Een hele geruststelling. “See you at the next fallen tree!” roepen ze ons nog na.

Ruige zeiltocht

Het weer blijft slecht. Zuidoosten harde wind met hoge golven, buien en windstoten. Even lijkt het iets beter. Als we nu niet gaan, dan liggen we hier straks nóg een week. We hebben nog tweeënhalve maand voor ons visum afloopt, en de Australische kust is nog erg lang. Op aanraden van de Marine Rescue timen we ons vertrek met het laatste beetje inkomende stroming om zo min mogelijk golven te hebben bij de riviermonding. Desondanks lijkt er af en toen nog een roller van een golf over het diepste vaarwater te komen. We timen het gelukkig goed en komen veilig buiten. Het is een ruige tocht, en zeker voor de eerste van het seizoen. Elke bui gaat gepaard met winddraaiingen en flinke windstoten tot ruim boven de dertig knopen.

“Sorry Marrit, we gaan toch niet naar Yamba.” Is mijn mededeling de volgende ochtend zodra Marrit uit haar kooi komt. “Waarom niet?” zegt ze verschrikt, wetende dat dat betekent dat we zeker nóg een nacht door moeten zeilen. Ik had contact met een lokale zeiler en surfer, die ons ten zeerste afraadde daar met dit weer naar binnen te gaan. Enkele weken eerder is er een boot in vergelijkbare omstandigheden gekapseisd in de branding bij de ingang van de rivier en zijn twee bemanningsleden omgekomen. Marrit is dus snel overtuigd en we bijten nog een nacht door om vervolgens bij Goldcoast het mooie deltagebied in te varen. Op spiegelglad water laten we het anker vallen en genieten van een heerlijk stille nacht.

Leven als een Aussie

Rondom Brisbane hebben we weer een hele leuke tijd met Rosa, Jord, May en Elsie. Kortgeleden hebben ze daar een huis gekocht die we natuurlijk even moeten bekijken. Een typisch Australische vrijstaande bungalow met een trailer met een “tinny” op de oprit. Dat is een typisch bootje van hier om de Moreton bay in te trekken en te vissen. Het is duidelijk dat ze inmiddels dus goed geïntegreerd zijn. We barbecueën als echte Aussies en we mogen nog even de auto lenen om groot inkopen te doen.

Tussen de buien door hebben we perfect weer voor een tochtje in de Moreton Bay. Jord en May stappen aan boord en samen zeilen we naar Moreton Island. Uiteraard is Jord verantwoordelijk voor de hengel. Het is ook mooi om te zien dat May het heerlijk vindt op het water. De ontspanning aan boord wordt doorbroken als plots de hengel afgaat. May staat de springen op de banken wanneer Jord met een soepele beweging de spotted mackerel binnenhengelt. “Ik wil nog een vis vangen, papa, ik wil nog een vis vangen!” roept ze uit.

Aangekomen op Moreton Island zet Jord snel een tentje op en beklimmen we vlak voor zonsondergang de hoge steile zandduinen. ’s Avonds eten we heerlijke vis aan boord en de volgende ochtend snorkelen we bij de scheepswrakken. Met een rustig briesje zeilen we door naar Scarborough waar Jord en May weer opgehaald worden. Het is altijd moeilijk om weer afscheid te nemen, zeker als je niet weet wanneer je elkaar weer gaat zien. Het was wel fantastisch om een stukje van hun leven hier in Australië mee te maken.

Motorpech

Dan gaat de focus bij ons op de tocht langs de kust naar het noorden van Australië. Grotendeels zeil je achter het Great Barrier Reef en er zijn veel eilanden, rivieren en baaien waar je kunt stoppen. Het weer blijft wisselvallig, maar na weer een paar dagen wachten lijkt er een perfect venster te ontstaan voor het volgende sprongetje. Routinematig loop ik vlak voor we ankerop gaan nog even de motor na: De dagtank is gevuld met brandstof, de olie op peil en de distributieriem nog op spanning. Maar tot mijn grote verbazing blijkt het koelwaterreservoir leeg. Ik zoek naar het lek en ontdek dat die op een hele vervelende plek zit: rond de pakking van de waterpomp…  Balend dat we niet verder kunnen en tegelijkertijd blij dat we het ontdekt hebben boeken we een plekje in de marina. Voor ik aan de slag kan mag ik gereedschap lenen van Lynn en Jesse van de Offspring en biedt Garret van de Andante aan om ons langs de winkels de rijden. Een onderhoudsmonteur in de haven geeft ons nieuw koelwater cadeau wat hij heel toevallig over had.

En dan begint de flinke klus: V-snaar verwijderen, distributieriem eraf, beschermkap eraf, poelies loshalen en waterpomp verwijderen. Deze blijkt toch behoorlijk gaar te zijn, dus installeer ik nu natuurlijk wel de nieuwe. We maken ook van de gelegenheid gebruik om het koelwaterreservoir goed schoon te maken. Twee dagen zijn we bezig om alles los te halen, één dag om het weer in elkaar te zetten. Het proefdraaien lijkt even goed te gaan, tot de poelie van de waterpomp lostrilt. Geen ramp, maar wel een flinke klap voor m’n zelfvertrouwen. Na een nachtje slecht slapen gaat daarom de v-snaar en de kap er weer af, om alle overige, belangrijkere, bouten te controleren. Gelukkig blijkt de rest wel in orde.

Naar de Koraalzee

We doen nog maar eens boodschappen en dan gaan we echt. Het weer is prachtig, we hebben wind en harde stroming mee en besluiten daarom twee nachten door te varen. Van de Tasmanzee varen we de Koraalzee op. We worden begroet door dolfijnen en vangen een grote tonijn. Voor ons ligt weer een nieuw vaargebied.

3 reacties

  1. Jippie, weer flessenpost! Fijn dat jullie weer ‘back on track’ zijn. Martin en ik hebben allebei weer genoten van jullie flessenpost. Martin zou er nooit voor kiezen om in de winter terug te gaan naar Nederland. Liever in de zomer genieten van Nederland. Volgens mij is het heftig weer in jullie wereld helft? We hopen dat het jullie goed gaat én we wensen jullie fair winds de komende tijd én natuurlijk prachtige avonturen! (Een mooie vervolg op de heerlijke Australische bush en de mooie ontmoetingen!)

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *