In dagtochten langs de Oostkust van Australië

“Blegh!” Ik grijp naar mijn gezicht en begin wild te vegen. “Huh, wat is er?”, vraagt Joost. “Een spinnenweb!”, roep ik proestend. Joost kijkt om zich heen en wijst dan naar de maker van het kunstwerk: “Zo, dat is best een flinke.” Verschrikt volgen mijn ogen zijn wijzende vinger. “Oei, als die maar niet giftig is”, piep ik.

Spinnen op Great Keppel Island

We zijn net begonnen aan onze wandeling over Great Keppel Island. Het pad loopt vanaf het strand het bos in, steil omhoog. Gefocust op de losliggende stenen en slangen, vergeten we voor ons te kijken waar menig spin haar of zijn web over het pad heeft gespannen. “Goed, uitkijken dus”, zucht ik. Een paar kilometer en spinnenwebben verder, loopt Joost inmiddels voorop gewapend met een vooruitgestoken tak. We zijn onderweg naar de top van het eiland (uiteraard, voor wie Joost een beetje kent). De zeebenen kunnen wel wat training gebruiken nadat we een paar dagen op zee hebben doorgebracht. Eenmaal boven worden we beloond met prachtig uitzicht op de mistflarden tussen de omliggende eilanden. Eenmaal terug aan boord zoeken we de spinnen, die zo af en toe het formaat van een kleine hand hadden, online op. Ze blijken niet giftig te zijn. Toch weer een meevaller.

Eilandhoppen

Na een paar dagen besluiten we verder te gaan. Ons doel ligt op 65 NM afstand. De ingang van een rivier vormt een prachtige natuurlijke haven. Er wordt ons vlak water beloofd. Iets waar we wel naar uitkijken na een paar rollende nachten. Tegen 06.00 uur verschijnt het eerste licht en tussen 17.00 en 17.30 uur wordt het hier donker. De afstand is dus ambitieus voor een dagtocht in daglicht, maar we gokken het erop. Het waait lekker en de stroom tegen waarop we gerekend hadden, zien we niet op de meters terug. Om 14.00 uur (!) ’s middags laten we het anker dan ook al zakken in een inderdaad nagenoeg vlakke riviermonding. Dat smaakt naar meer! De passaatwind lijkt er het einde van de week even mee op te houden, dus we besluiten al eiland hoppend naar de Whitsunday Islands te varen. Daar kunnen we, in tegenstelling tot de eilandjes in de buurt, beschutting vinden tegen wind uit alle richtingen.

De volgende dag zijn we iets te gretig in het aantal mijlen dat we willen maken en na 45 NM kiezen we eieren voor ons geld op een opnieuw prachtige ankerplek. De dag erop testen we hoeveel rek er in het daglicht zit. Ondanks de hele dag op de gennaker redden we het net niet om voor donker op Scawfell Island aan te komen, maar een nieuw dagtochtrecord staat genoteerd: 85 NM. Alhoewel dit eiland erom schreeuwt verkend te worden, gooien we toch de volgende ochtend alweer los om op tijd op de Whitsundays aan te komen. Dat redden we makkelijk en daarmee komt er een einde aan onze zeil-vierdaagse.

Toeristenwalhalla

We verkennen de Whitsundays terwijl we ondertussen proberen de toeristische hotspots zoveel mogelijk te vermijden. Dat nog niet zo makkelijk is, blijkt als we na een wandeling terugkomen bij de ankerplek. Toen we voor de wandeling vertrokken, lagen we alleen in de baai. Bij terugkomst liggen er nog vijf andere boten én er vaart net een grote charterboot met harde muziek binnen. Die ankert een stukje naar buiten, zich blijkbaar bewust van de rust die hij verstoord, maar de rest van de avond bouncen we, of we willen of niet, mee op de foute hitjes.

Een krappe twee weken nadat we Brisbane achter ons hebben gelaten zijn de koelkast en groente- en fruitnetjes behoorlijk leeg aan het raken. Tijd dus voor een bezoek aan een supermarkt én tijd om te herenigen met de Fenix. De catamaran die we kennen sinds de Markiezen en in Australië tot nu toe telkens nét voor ons uit voer. Vele lunches en spelletjesmiddagen aan boord volgen. De wind, of het gebrek daaraan, zorgt ervoor dat we ons vertrek telkens met toch weer een dag uitstellen, maar na een week vinden we het welletjes. Ondanks tegenwind (say what!?) verlaten we Airlie Beach voor een dagje opkruisen. De dagen erna blijft de wind tegen, maar relatief licht. Het Great Barrier Reef en de eilandjes zorgen ervoor dat de meeste swell van zee ons niet bereikt. Dus we varen door en genieten van het kruisen onder vol tuig op een vlakke zee.

Koala’s

In Bowen vinden we een onverwacht mooie wandeling langs de rotsige kust en na de voorraad nog wat verder aangevuld te hebben, kunnen we weer even zonder winkels. We varen naar Magnetic Island met de inmiddels teruggekeerde passaatwind. Terwijl het buiten onstuimig is, maken we opnieuw een mooie wandeling. Bovenop het eiland staan allerlei forten en andere restanten die herinneren aan de WOII die ook hier een bloedige strijd veroorzaakt heeft. Iets waar we in Europa niet zo vaak bij stilstaan. Op de weg terug zien we een familie onder een boom, die naar boven staat te turen. We blijven staan en proberen nieuwsgierig te ontdekken waarnaar ze kijken. Eén van de dames wenkt ons dichterbij en zegt op fluistertoon: “It’s a koala with her baby.” Wauw! Joost en ik kijken elkaar aan met een grijns van oor tot oor. Wat bijzonder! “A bit further down, there’s another koala sitting on a overhanging branch.” Speurend in de boomtoppen vervolgen we onze weg. En inderdaad, er zit er gewoon nog één. Als we het niet hadden geweten, waren we er zo onderdoor gelopen, zo goed gecamoufleerd zitten ze in de Eucalyptusbomen. Wat een mazzel!

Klussen in Cairns

Na opnieuw een zeil-vijfdaagse komen we aan in Cairns. De laatste stad van betekenis voor we het relatief lege noorden van Australië intrekken. We leggen de boot voor anker op de rivier met aan de ene kant groene mangroves en aan de andere kant de marina, flats en industrie. Een groter contrast is bijna niet mogelijk. Naast de boodschappen en cultuur snuiven, kijken we met name uit naar de mogelijkheid om onze olie-lekkende keerkoppeling te repareren. Nadat we het weekend hebben rondgestruind over de immense versmarkt en kunstgalerij, verruilen we maandag direct de ankerplek voor de haven. Hier liggen we volledig vlak en bovendien veilig. Met een openliggende keerkoppeling kunnen we de motor namelijk niet gebruiken en dat is op een niet al te goede ankerplek niet zo’n fijn idee.

Binnen no-time liggen alle spullen uit de achterhut inclusief gereedschap verspreid door de boot. In een uurtje heeft Joost het onderdeel losgeschroefd waar de kapotte pakking in zit en dezelfde middag nog is hij op de fiets op en neer geweest naar een pakkingzaak die precies de pakking heeft die wij nodig hebben. Die avond zit de keerkoppeling dan ook alweer in elkaar. Ik heb vooral wasjes gedraaid en boodschappen gedaan, dus we zijn technisch gezien klaar in de haven. Aangezien we voor twee nachten gereserveerd hebben (onder het mom van: het zal wat langer duren), gebruiken we de dagen erna om de stang-eind-lager van de stuurautomaat-arm ook maar te vervangen. Iets wat we duidelijk al véél eerder hadden moeten doen: de bout waarmee deze aan de roerkoning vastzit, was al behoorlijk kromgebogen doordat dit lager volledig vastgeroest zit. Oeps! Gelukkig hadden we (Joost) tijd over.

Ik daarentegen vind een winkel die naaimachines verkoopt. En vervang de kapotte, van mijn oma geërfde, machine door een model met een sterkere motor. Ik laat me verleiden ook meteen een aantal stoffen te kopen met inheemse prints erop en ben helemaal in mijn nopjes. De dagen sluiten we af met Lynn, Jesse en Raffa van de Offspring aan de lagoon in de stad: een openbaar zwembad met strandje waar je veilig kan zwemmen zonder bang te zijn voor krokodillen. De temperatuur komt inmiddels regelmatig boven de 30˚C uit ondanks dat het hier winter is, dus even afkoelen is best lekker!

Krokodil

Na nog één bezoek aan de versmarkt vertrekken we na een heerlijke week uit Cairns. Een verassend bruisende en internationale stad. Ons visum verloopt over twee-en-een-halve week en we hebben nog een stuk varen voor de boeg. We zijn zo bezig met vertrekken dat we ons onderweg realiseren niet eens echt bedacht te hebben waar we naartoe varen. Na contact met Bart van de Nilsson zijn we direct overtuigd van onze bestemming: Port Douglas. Hij heeft daar die ochtend namelijk meerdere krokodillen gezien op de rivier waar hij geankerd ligt. Dát moeten we natuurlijk ook meemaken.

We varen al een tijdje in het leefgebied van de Australische zoutwaterkrokodil, maar hoe noordelijker we komen, hoe groter de kans wordt er één tegen te komen. Het is bij de Whitsunday Islands waar ik me voor het eerst realiseer hoe eng dat idee eigenlijk is. Dat levert letterlijk even krokodillentranen op voordat we daar van boord gaan. Joost zijn manier van troost is me een filmpje van Steve Erwin te laten zien. Wat me niet meteen erg geruststelt. Toch varen we nu een smal riviertje op met overal wrakken en dus een zeer grote kans een krokodil tegen te komen. Bij aankomst is het hoogwater. De wortels van de mangroves staan onder en er is geen krokodil te zien. Sandflies daarentegen bijten er vrolijk op los, wat ervoor zorgt dat we snel naar binnen vluchten met alle horren over de luiken.

De volgende ochtend is het laagwater en bladstil. We bedekken onze lijven volledig tegen die irritante sandflies en gaan ankerop. Langzaam banen we ons een weg tussen ondieptes en modderbanken door. Na elke bocht turen we naar de oevers en banken. Dan begint Joost ineens hevig te gebaren terwijl hij naar het schermpje van zijn camera kijkt. “Daar ligt er één”, fluistert hij zo hard als hij kan vanaf de voorkant van de boot. En verrek, wat eerst nog een grote tak leek, blijkt een heuse krokodil te zijn als we dichterbij komen. De lengte is altijd lastig schatten vanaf een afstand, maar als Joost ernaast was gaan liggen, was de krokodil zeker nog een stuk langer geweest.

Ik zet de motor uit en laat ons langs de modderbank glijden. Argwanend draait de krokodil zich om en nauwlettend houdt hij iedere beweging in de gaten. Duidelijk geen zin om zijn zonovergoten modderbank te verlaten, blijft hij stokstijf liggen. Ik draai een extra rondje om nog één keer naar die enorme rij tanden te kunnen kijken en dan proberen we verder de rivier op te varen. Door de diepgang moeten we algauw rechtsomkeert maken. Inmiddels heeft de krokodil het voor gezien gehouden en is verdwenen. Het maakt ons niet meer uit, want we hebben vanaf de boot een echte salty gezien!

In de sporen van Cook

We varen via de Low Isles naar Cooktown. Het laatste plaatsje waar we met boot goed beschut kunnen liggen. En dé plek waar Cook zijn schip Endeavour heeft gerepareerd nadat hij op een rif gevaren was. Het stikt er dan ook van de standbeelden, museumpjes en bordjes over deze ontmoeting in 1770 tussen Europeanen en de inheemse stam van hier. Het is bovendien de plek waar Europeanen voor het eerst een kangaroo zien en een naam geven. We bekijken één en ander en wandelen naar het uitzichtpunt dat Cook gebruikte om zijn route het Great Barrier Reef uit te bepalen. We zijn extra blij met onze moderne navigatiemiddelen. Wat een drama moet het geweest zijn om je uit dit labyrint van riffen te werken zonder kaart (die was er nog niet, het was één van de opdrachten van Cook om deze kust in kaart te brengen) en GPS.  

We varen ’s ochtends met hoogwater de rivier af op weg naar Lizzard Island. Volgens kenners moet dit een klein paradijsje zijn. En die kenners hebben het volledig bij het rechte eind. Er staat een exclusief resort op het eiland waar mensen $ 1500,- per nacht betalen en wij liggen gratis en voor niets met hetzelfde uitzicht. Voor het eerst in Australië kunnen we de bodem van de ankerplek zien. En snorkelen is hier blijkbaar veilig genoeg als we kijken naar de vele snorkelende mensen. We stappen meteen in de dinghy om het rif met de bizar grote giant clams ook te bekijken. De volgende dag wandelen opnieuw naar een uitzichtpunt wat Cook gebruikte. Een lekkere klim met onderweg inderdaad hagedissen wordt beloond met een prachtig uitzicht. Het is een beetje heiig weer, maar de buitenste riffen van het Great Barrier Reef zijn zeker te zien. Terug beneden op het strand zien we een bordje dat waarschuwt voor krokodillen. We kunnen bijna niet geloven dat die zo’n eind van het vasteland komen…

Saint Tropez voor krokodillen

Het is zonnig als we vertrekken voor de laatste lange etappe naar de noordpunt van het vasteland van Australië. Bijna een unicum, want we hebben inmiddels meer dagen mét regen(buien) dan zonder gehad langs deze kust. Iets wat ook de Australiërs vreemd is in deze tijd van het jaar. Na twee nachten en een dag bij Cape Melville, waar we de kapotte drinkwaterpomp vervangen voor een nieuwe (die we gelukkig al bij ons hadden), varen we naar Five Island. Een inimini eilandje dat op een rif ligt en ons hopelijk enige beschutting biedt. Als we aan komen varen, valt op dat er één palmboom op het eiland staat. Voor de grap zeg ik: “Daar ligt dan vast een krokodil onder te zonnebaden.” Als we indraaien richting de ankerplek zegt Joost: “Ik denk dat je gelijk had. Volgens mij ligt er echt een krokodil op die zandbank.” Hij duikt meteen naar binnen om de camera en verrekijker te pakken. En ja hoor: een krokodil van zeker 4 meter ligt lekker van het zonnetje te genieten. “Jeetje, ik begin nu toch wel te geloven dat die krokodillen overal kunnen komen”, zegt Joost.

Torres Straat

In dagtochten hoppen we verder langs het laatste stuk van Oostkust van Australië. En dan is daar alweer Cape York. Met de stroming van achteren schuiven we voorbij die iconische noordpunt. We zien een grote groep mensen als pinguïns op dat puntje staan. Wij varen door naar Horn Island. Tussen de riffen en met flinke stroming laten we het anker vallen op onze laatste Australische ankerplek. We hebben het gehaald: op tijd, voor onze visa verlopen, liggen we in de Torres Straat! Uitklaren doen we op de laatst mogelijke dag van ons visum en moet op het tegenovergelegen Thursday Island waar we een ferry naartoe pakken. Een zeer vriendelijke douanebeambte helpt ons met alle formulieren en zegt toe dat we na het uitklaren nog twee dagen mogen wachten tot een goed weervenster zich voordoet. We mogen dan alleen niet meer aan land. Alle tijd dus voor de laatste administratieve voorbereidingen voor Indonesië én het schrijven van een flessenpost.

1 reactie

  1. Zozo dat is een lang avontuurlijk verhaal. Vooral die krokodillen en dan achteraf zo’n waarschuwings bordje zien;)
    En wat een prachtige stofjes Marrit en een nieuwe naaimachine.
    Goeie vaart, de volgende uitdaging…

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *