De Indische Oceaan over

“We kunnen er natuurlijk ook voor kiezen om toch wél te stoppen op Christmas Island”, zegt Joost zonder van zijn telefoon op te kijken. Ik kijk even verdwaasd op. En bedenk dan al snel dat dat helemaal zo’n gek idee nog niet is. “Ja, je hebt gelijk”, antwoord ik. We weten al een paar dagen dat het vanaf zaterdagavond flink gaat waaien. Het is nu donderdag en we zijn nog anderhalve dag varen van Christmas Island verwijderd. Als we besluiten daar een stop te maken dan liggen we relatief beschut zodra het gaat waaien. “Je hebt niet alleen gelijk, maar het is een briljant idee! Dat ik daar zelf niet aan heb gedacht”, zeg ik grijnzend.

Op weg

Het is rond het middaguur als we de toeristengekte van Bali achter ons laten. Vanwege de stroming het juiste moment om te vertrekken. En als het goed is, kunnen we zo redelijk wat mijlen maken voor het donker wordt en we te maken krijgen met vissers. We sturen een zuidwestelijke koers. Eén rif in het grootzeil en een volle genua zorgen voor een mooie snelheid. De stroom mee doet er nog een slordige knoop of 1,5 bovenop.

“Marrit, wakker worden”, hoor ik zachtjes. Joost heef binnen het licht aangeknipt en poetst zijn tanden. Het is 2 uur ’s nachts geweest en dat betekent tijd om te wisselen. Terwijl Joost zich klaarmaakt om naar bed te gaan, probeer ik mijn ogen open te krijgen. Niet mijn favoriete moment van de dag, maar ja, het is niet anders. Terwijl ik een shirt en korte broek aantrek, kruipt Joost al op de langsbank die we onderweg gebruiken als bed. Hij mompelt nog dat hij wat vissers in de verte heeft gezien en nu voor ons vaag licht ziet. En valt dan praktisch meteen in slaap. Zijn bericht helpt mij om wakker te worden, want licht betekent scheepvaart. Ik noteer onze positie in het logboek en installeer mezelf daarna onder het buiskaptentje. Terwijl ik de ene na de andere podcast verslind, wordt de gloed aan de horizon steeds helderder. Tot ik echt verlichting zie. Op een paar mijl afstand varen we een schip voorbij dat niet te zien is op de AIS, maar in werkelijkheid des te beter. Een squid-visser, afgaand op de extreem felle verlichting. Het is niet de eerste en het blijkt ook zeker niet de laatste op onze overtocht.

Onverwachte tussenstop

We gaan hard. Iedere dag verbreken we het dagrecord van de dag ervoor. We gaan zo hard dat we vrijwel zeker harde wind tegenkomen op dag vijf. Tot Joost dus mentaal onze koers wijzigt. In plaats van door te varen naar Cocos (Keeling) Islands, de originele bestemming, vragen we toestemming om een stop te maken op Christmas Island. Beide eilanden liggen precies op de route naar Mauritius en beide horen bij Australië. Het wijzigen van ons plan kost dan ook niet meer dan een mailtje aan de autoriteiten. Het antwoord laat even op zich wachten, maar dat lijkt vooral te maken te hebben met de eilandmentaliteit. Als we de laatste nacht in gaan, weten we dat we moeten vertragen om met daglicht aan te komen. Met het derde rif in het grootzeil en de kleine kotterfok bak stuur ik de boot naar een aandewindse koers zodra we in de beschutting van het eiland komen. Met minimale snelheid driften we zo langzaam richting de ankerbaai.

Het is 8 uur ’s ochtends als we een moorring oppikken. Terwijl Joost nog bezig is de dikke tros om onze bolder te krijgen, worden we al opgeroepen door de douane. Of we over een halfuurtje naar de kant kunnen komen om de beambten van de gezondheidsdienst én de douane te treffen. Snel antwoord ik dat dat geen probleem is. We zijn maar wat blij dat we ondanks het weekend gewoon kunnen inklaren en dus aan land mogen.

Dankzij de nachtwachten zijn we gaar en we doen het dus rustig aan. We slenteren wat door het dorpje, vieren onze aankomst met een stuk taart in het enige geopende café en verbazen ons over de giga fabriek die aan de ankerbaai grenst. Na een snelle zoekopdracht op het internet ontdekken we dat dit de plek is waar afgegraven fosfor op schepen geladen wordt. Een dag later zien we dit, inclusief bijbehorende stofwolken, in werking. Het enige dat Joost aan het einde van de dag nog doet is een plons in het water. Het koraal onder onze boot ziet er té uitnodigend uit.

Oh crab!

De volgende dag beklimmen we de heuvel die rondom de ankerbaai ligt. Tussen prachtige oude bomen door en over puntige kalksteen klauteren we omhoog. Het duurt niet lang voordat we de eerste rode krab spotten. Met achterwaartse beweging zoekt hij snel beschutting in zijn holletje in de grond. Na ontelbaar meer krabben (hier een filmpje met meer info: https://youtu.be/5YsJ7q7a7fA?si=QkORTKhiqxJoT2ZG) komen we boven aan en hebben fantastisch uitzicht over de baai. Voor de weg terug stem ik voor om door woonwijken naar beneden te lopen. Om zo wat van het eilandleven mee te krijgen en mijn teennagels te sparen die de vulkaanbeklimming op Lombok niet helemaal overleefd hebben.

Het eiland is een bijzondere mix van smakeloze Australische bebouwing, vermengd met Chinese en Maleisische invloeden. Eenmaal beneden proeven we van de oosterse keuken bij een klein eetstalletje aan de baai. ’s Avonds improviseren we met andere zeilers een barbecue met boodschappen uit de knetter dure supermarkt. Al het eten en drinken dat we aan boord hebben, mogen we namelijk niet aan wal brengen van de gezondheidsdienst. Het eten in de supermarkt wordt ingevlogen of -gevaren vanuit Australië. Het mag de pret niet drukken, een gezellige boel is het toch wel. Als we op het punt staan terug te gaan naar de boot, kondigen de opstappers van Nautilus IV aan dat ze de dorpskroeg onveilig gaan maken, op zoek naar een “huurauto” om het eiland mee te verkennen. We twijfelen heel kort om mee te gaan, maar merken dat we nog steeds best moe zijn. Terug naar de boot dus.

Toegift

Als we tijdens het ontbijt de weersverwachting er nog eens bij pakken, weten we niet meteen wat we zullen doen. Naar Cocos (Keeling) Islands is het opnieuw vier dagen varen. Of we nou vandaag of morgen vertrekken, we krijgen te maken met zeer lichte wind. Precies op dat moment krijgen we een berichtje van de buurboot: “Morning, the girls found a car!! Do you want to go sightseeing at 9:00am?” Ons besluit is daarmee genomen: we blijven nog een dagje extra.

Zo vinden we onszelf al snel terug in de zoetwater grot van het eiland, worden we aan het schrikken gemaakt door het grommende geluid van de blowholes aan de andere kant van het eiland en vinden we naast de rode krabben, ook blauwe krabben en de grote Robber crabs, oftewel kokoskrabben. Als we een dag later de meertros van de moorring losgooien, zijn we dan ook blij dat we nog een dagje extra zijn gebleven. Als kers op de taart worden we uitgezwaaid door tientallen vogels die voor ons over het water scheren en het massaal het water in duiken opzoek naar vis. Wat een fantastische ongeplande stop.

Op naar de kokosnoten

Ook de tocht naar Cocos (Keeling) Islands gaat rap dankzij de stroming. De lichte wind op de laatste dag is gelukkig genoeg om onze gennaker vol te houden. De motor hoeft dus niet eens aan. De laatste nacht komen een paar dikke squalls voorbij en gedeeltelijk over. Winddraaiingen en verschil in windkracht maken de laatste mijlen daarmee niet makkelijker, maar we komen er. We laten het anker vallen in kristalhelder blauw water. In tegenstelling tot Christmas Island wordt deze ankerplek beschermd tegen golven door een groot koraalrif. Een verademing. Ondanks dat we met drie boten min of meer tegelijk aankomen, moeten we tot de dag erna wachten voor de politie ons komt inklaren. Hoewel we (lees: Joost) graag wat kokosnoten open willen hakken, komen we de rest van de middag prima door: we doen wat kleine klusjes en luieren wat.

Duur betaald

Als we de boodschappen op Christmas Island al duur vonden, dan is het hier zo mogelijk nog erger. Voor een pak muesli betaal je zo 16 Australische dollar. Gelukkig hebben we niet veel nodig, want de boot ligt nog vol met Australische en Indonesische boodschappen. Maar, de voorraad verse groente en fruit kan wel wat aanvulling gebruiken. We kijken eerst even op Home Island in de supermarkt en besluiten dan ons geluk eerst op West Island te beproeven. Dat betekent een dinghy rit van een half uur van de ankerplek naar Home Island. En dan nog een overtocht met de snelle ferry en een busrit van de ferryhaven naar het dorp.

We lopen vrijwel meteen naar de supermarkt en vinden er tot ons geluk verse uien, tomaten, peren, eieren en bananen. We betalen er een kleine 90 AUD voor. Het over-de-datum fabrieksbrood van 7 AUD laten we maar liggen. Eenmaal buiten zoeken we een plekje in de schaduw om van het uitzicht te genieten. Aan deze kant van het atol beukt de oceaan onophoudelijk op het koraalrif dat het eiland beschermt. Verder heeft het eiland niet veel te bieden. We vragen onszelf af of we er zouden kunnen wonen, maar komen tot de conclusie dat dat niet het geval is.

Surf

Een dag later maakt Joost met de buurman hetzelfde ritje naar West Island nogmaals, maar dan gewapend met vouwfiets en golfsurfplank. Ze hebben enorme mazzel: de golven zijn zo clean dat het water helder is als glas. De laatste golf durft Joost niet eens een bottum turn te maken, bang dat hij zo op het koraal kan afstappen als hij zijn board naar beneden zou sturen. Het is zo goed dat ze door het napraten bijna de ferry terug missen. Met een grijns van oor-tot-oor stapt hij terug aan boord.

Afscheid in stijl

Het langste stuk oversteek van de Indische Oceaan ligt voor ons. Als de eerste van de zeven aanwezige boten aankondigen te vertrekken, organiseren we opnieuw een barbecue. Ditmaal niet met een elektrische grillplaat (zoals zo gebruikelijk is in Australische parken), maar op een heus houtvuur. Het eiland waar we bij voor anker liggen is namelijk niet aangesloten op elektriciteit en stromend water. Van de weinige verse producten, weet iedereen toch de heerlijkste dingen op tafel te toveren. Ook onze plaatpizza’s van de barbecue worden onder luid gejuich verwelkomd. De heremietkreeften en ratten ruimen naderhand de kruimels en kokosnoten op.

Wij kiezen ervoor nog twee dagen langer te wachten. Dat geeft ons de tijd nog wat klusjes te doen, op het eiland de benen te strekken en de Rip te snorkelen (Joost). Dit is een valse pas waar een behoorlijke stroming naar binnen staat met gigantische vissen en mooi koraal. Als op de één na laatste dag ook nog dolfijnen opduiken op de ankerplek, wachten we geen moment en springen we het water in. Wat bijzonder! Een betere afsluiter hadden we ons niet kunnen wensen.

Verrassend bezoek

 “Ik kan nu Alma wel appen dat we echt gaan vertrekken, toch?”, vraag ik Joost. “Eh, ja, dat lijk me wel”, antwoord hij. Het appje is snel verstuurd en binnen no-time komt er een reactie terug: Bedoel je dat jullie vrijwel zeker weten dat jullie op Mauritius zijn tussen 9 en 18 oktober? Ik ben vanavond laat thuis en ga dan gelijk even tickets kijken. Een halfuur later krijg ik opnieuw bericht: Ik heb een deal gevonden en geboekt!! Die avond krijgt Maarten het nieuws dat hij 9 oktober op vakantie gaat en ons, samen met Alma, komt opzoeken. Een betere reden om naar Mauritius te varen hebben wij niet nodig!

De Indische Oceaan

De tocht die voor ons ligt duurt ruim twee weken. We hebben een mogelijkheid om 300 NM voor Mauritius een stop te maken als het weer daarom vraagt op Rodriguez, het kleine broertje van Mauritius. Het weer ziet er om te beginnen goed uit. Later kunnen we wel wat hardere wind verwachten en ook de golven worden naarmate de tocht ook hoger, maar het ziet er niet verkeerd uit. En gelukkig voor ons blijkt de tocht ook min of meer uit te pakken zoals in de verwachting. We hebben een paar dagen een irritante kruiszee. Eén van die dagen valt samen met harde wind wat erin resulteert dat het nat en oncomfortabel zeilen is. Verder hebben we behoorlijk goede condities voor de oceaan met een slechte reputatie.

Wel komen we de eerste nachten verdacht veel grote scheepvaart tegen. Als we op marinetraffic.com kijken, zien we dat we onderdeel zijn geworden van de drukke scheepvaartroute tussen Singapore en Kaapstad. Als we eenmaal tussen Rodriguez en Mauritius varen, wordt het echt druk. Op de piek zien we op de AIS zeven verschillende cargo schepen en tankers. Tot twee keer toe roepen we een schip op om te vragen of ze ons hebben gezien en aan welke kant ze van plan zijn ons te passeren. Dat zijn we niet meer gewend na de Pacific.

Na 16,5 dag laten we het anker vallen voor de haven van Mauritius. We drinken een borrel en geven elkaar een dikke zoen: we hebben het toch maar weer geflikt!

1 reactie

  1. Het is weer een gaaf verhaal. Knap hoor! En wat een prachtige foto’s. Geniet nu van jullie bezoek. En verder natuurlijk weer een goede vaart!!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *