Tot Sines

“Hmm… misschien moeten we morgen toch maar verplaatsen”, zegt Joost met z’n telefoon in z’n hand. Hij laat zich met zijn jas nog aan tussen al onze spullen op de bank ploffen. We zijn net terug aan boord van een nachtje weggeweest. Toch bijzonder hoeveel spullen je meeneemt voor één nacht aan wal slapen. We hebben het onszelf ook niet echt makkelijk gemaakt: twee rugzakken met daarin hoofdkussens en kleren, twee grote zakken vol inmiddels schone was, een ton met daarin een nat wetsuit en een boardbag met de surfplank. Ik kijk Joost een beetje glazig aan: “wat is er dan?” Ik heb zin om te koken en samen na te genieten van de gezellige afgelopen dagen. “Nou, de wind komt vanaf morgen weer uit het noordoosten en draait gedurende de week zelfs richting het zuidoosten. Dat betekent dat we hier in Cascais niet echt comfortabel meer liggen.” Ik knik. Niet echt comfortabel is een understatement weet ik inmiddels uit ervaring. Te midden van al onze spullen beginnen we dus allebei te zoeken naar uitwijkopties. We kunnen opnieuw de Taag opvaren om een ankerplek te zoeken in het deltagebied vlakbij Lissabon. Dat voelt alleen een beetje als terugvaren. We kunnen ook juist iets zuidelijker varen richting Sesimbra of Setúbal. De havens daar lijken ons alleen niet erg aantrekkelijk… Tja, wat nu? Dan ineens zegt Joost: “we kunnen ook naar Sines!” Dat ligt nóg een stukje zuidelijker langs de Portugese westkust. Maar het is een relatief beschutte haven, goedkoop én er is eventueel ook een mogelijkheid om te ankeren. Bovendien zijn we dan weer een stuk verder in de goede richting. “Daar morgen maar heen varen dan?”, vraagt Joost. Ik check nog even met Sanne en Jane of ze ons met hun busje willen volgen naar het zuiden. Sanne laat weten nog geen plan te hebben en dus maken wij zo een plan voor ze. We gaan naar Sines.

De volgende ochtend staan we op tijd op zodat we hopelijk net voor donker aankomen. Met de wind van achteren en een kraakheldere hemel hebben we een prachtige tocht. Ik heb een bonkend hoofd en slaap de helft van de tijd. Maar Joost geniet van de tocht en heeft gelukkig een paar keer gezelschap van wat dolfijnen. Rond Cabo Espichel is de wind even helemaal weg. Joost zet de motor bij, maar deze kan gelukkig na een half uurtje weer uit. Als rond 17.00 uur de zon steeds lager staat, zakt ook de wind langzaam in. We zetten de gennaker nog een uur, maar moeten helaas het laatste stuk motoren. Net in het donker komen we aan. We ontwaren twee andere boten op de ankerplek en besluiten daarnaast te gaan liggen.

De volgende ochtend zien we pas waar we zijn beland. We liggen mooi rustig in een klein baaitje met aan bakboord van ons de vissershaven en aan stuurboord de jachthaven. We kijken tussen de havenhoofden door zo de open oceaan op. Later op de dag voelt het ook steeds meer of we op die oceaan liggen: we rollen lekker heen en weer. Als ik een dag later mijn glas water tegen moet houden om niet van tafel te glijden, vind ik het wel mooi geweest. “Zullen we maar in de haven gaan liggen?”, vraag ik. Joost kan me niet echt ongelijk geven. Dus hop, de haven in. Hier is het gelukkig een stuk beter, al kraken en piepen de steigers ook behoorlijk door de deining. De dagen erop staan Sanne en Jane naast de haven met hun busje. We eten samen, trekken erop uit met hun busje en spelen heel veel Yahtzee. Als ze zo vaak gedoucht hebben in de haven als ze maar wilden, is het voor hun tijd om verder te gaan. Met een brok in mijn keel sta ik ze uit te zwaaien. Tot later, kleine beer!

Dan is het voor ons echt tijd om ons klaar te gaan maken. Joost installeert de elektrische bilgepomp die we al een tijdje hebben liggen (nadat we een nieuwe stofzuiger hebben gekocht) en maakt een extra oog op de mast voor een tweede spinnakerboom. Ik maak eindelijk een hor voor de kajuitingang en repareer een ander horretje dat van begin af aan al kapot was. Onze Hongaarse buurman bespaart ons een duik in het koude water door zijn Keel crab te testen op ons onderwaterschip. Het is een borstelrobotje dat zich met jets tegen onze romp aanduwt. Met een joystick bestuurt de buurman het ding en op een klein schermpje ziet hij waar het naartoe gaat. Aangezien we de tweede boot zijn ooit die hij behandelt, wil hij er zeker geen vergoeding voor. Dan maar een avondje biertjes drinken bij ons aan boord. Verder starten we voor het eerst onze Iridum Go! op. Hiermee kunnen we midden op de oceaan bellen, sms’en en mailtjes versturen via de satelliet. Dit is handig in geval van nood, maar ook voor het binnenhalen van weersinformatie. Het kost ons drie dagen voordat we alles ingesteld hebben en weten wat wel en niet werkt. Lowik, Joost zijn vader, wil ons onderweg wel van weerinformatie voorzien. Super fijn! De laatste avond voor vertrek bellen ze om de laatste dingen te testen. En dan zijn we echt klaar!

Of toch nog niet…? Nog niet helemaal. We moeten namelijk nog een andere verzekering, aangezien onze huidige verzekering ons niet zuidelijker wil dekken dan we nu zijn. Dit weten we al een tijdje en we zijn dan ook al even geleden begonnen met offertes aanvragen. Nu blijkt maar weer hoe lang dit soort zaken kunnen duren. Op de ochtend van vertrek, hebben we nog steeds geen bevestiging dat we verzekerd zijn. Joost zet er op een zeer vriendelijke manier nog wat extra druk achter en dat helpt: we zijn verzekerd en kunnen gaan. Op naar de eerste maal vijf dagen en nachten op open zee!

Vind je het leuk om ons onderweg een berichtje te sturen? Dat kan. Via een speciale website kan je gratis korte berichtjes sturen. Dit noemen ze een free SMS. Ga naar https://www.predictwind.com/iridium-free-sms/ en vul het volgende in:

8816…: 881652420311
Reply Email: jouw eigen e-mailadres
Message: het bericht dat je ons wil sturen (max. 160 tekens)

4 reacties

    1. Recht zo die gaat, dat hebben we de afgelopen dagen op zee meerdere keren tegen elkaar gezegd. En het is gelukt: we zijn na 112 uur varen veilig in Lanzarote aangekomen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.