Vrij!

“Heb je de Spanjaard gezien?”, vraag ik op gedempte toon terwijl ik mijn hoofd door het kajuitluik naar binnen steek. Joost kijk op: “Huh, wat?” “De buurman”, sis ik met een grijns, “hij ligt poedeltje naakt languit op zijn kuipbank. Volgens mij ligt hij voetbal te kijken.” Ik heb dat nog niet gezegd, of vanaf de boot naast ons horen we: “Barca! Barca! Barcelooooona!” Joost lacht. “Wat een vent”, zegt hij hoofdschuddend. “Maar, wel lekker vrij!” En dat is hij zeker. LIBERTA staat er op een aantal planken geschilderd die op zijn boot geschroefd zijn. Zijn schip ziet eruit als een drijvend villa kakelbont. Maar dat zijn vrijheid niet onze vrijheid is, blijkt als hij zo af en toe ’s nachts een nachtje doorhaalt met de schuurmachine als zijn beste vriend. Daar bovenuit klinkt dan het Catalaanse gebrabbel van de radio die de hele dag (en nacht dus soms) aanstaat. En als het niet de radio is, dan is het wel muziek op volume 100. Gelukkig is het over het algemeen best leuke muziek. Overdag helpt zijn muziek ons dan ook regelmatig om het tempo hoog te houden bij het schilderen, schuren en plamuren. Maar ’s nachts drijft het me meerdere keren tot waanzin. Gelukkig gaat het volume de eerste keren als we aankloppen iets omlaag en helpen oordoppen om toch in slaap te komen. Maar het is wel een lesje leven en laten leven. Ach, en laten we eerlijk zijn, we kunnen er ook niet al teveel kritiek op hebben. Drie weken lang lopen we herrie te maken in de haven van San Miguel. We slijpen, lassen en schuren erop los. Werkelijk al het elektrisch gereedschap dat we aan boord hebben, gebruiken we om onze kuip weer op te kalefateren.

Dat onze andere buren niet bij ons aankloppen met de vraag of we eindelijk eens kunnen kappen met die herrie, is een wonder. Sterker nog, onze Duitse buurman, die vanaf zijn boot op afstand werkt, blijft ons elke ochtend even vriendelijk begroeten en vraagt geïnteresseerd naar de vorderingen. Ook andere lang-liggers aan de steiger komen zo af en toe een praatje maken. Een welkome afleiding tijdens al dat geklus. Noah, die een stuk schreef voor het magazine Zeilen, komt langs om de vorderingen te bekijken nu ze toevallig toch op Tenerife is. En na een tijdje krijgen we nog gezelschap in de haven van andere Nederlandse vertrekkers. Zij weten met hun stalen “Puffin” ook het nodige af van roest en klussen. Ze begrijpen precies waar we mee bezig zijn en ook dat onze boot één grote chaos is. We gaan dan ook dankbaar in op hun uitnodiging om aan te schuiven en mee te eten na weer een lange dag klussen.

Als ze met de Puffin na een dikke week verder trekken, kijken we ze enigszins jaloers na. Ze gaan naar El Hierro om zich daar voor te bereiden op de oversteek naar Suriname. Wat zouden wij ook graag weer gewoon verder varen. “Tja, dat kunnen we ook doen”, zegt Joost. “Ja, dat is zo”, zeg ik. Nog twee weken werk en dan zijn we vaarklaar. We zouden dan de oversteek nog kunnen maken, rekening houdend met het orkaanseizoen dat eraan komt. “Neuh”, zeg ik dan, “laten we maar bij ons plan blijven.”

Dat plan maakten we kort daarvoor. Het is het weekend voordat onze lasser Rick aan de slag gaat. We zitten ’s avonds wat te lezen als ik tegen Joost zeg: “Ik heb eigenlijk wel behoefte om een knoop door te hakken. Gewoon iets kiezen, want ik word er onrustig van om geen plan te hebben.” Ik heb het over onze vervolgplannen voor de reis. “Ik weet dat we eerst die kuip moeten fixen en dat daarna je ouders nog komen en dat je misschien liever niet verder kijkt dan dat, maar ik kan dat niet zo goed merk ik.” We hebben in de weken ervoor al meerdere opties bedacht: gewoon verder varen naar Kaapverdië en Gambia en dan in de zomer of het najaar de oversteek maken. Of eventueel Afrika links laten liggen en nu nog oversteken. Of langer op de Canarische Eilanden blijven en dan in het najaar de reis weer vervolgen. In de tussentijd willen we dan proberen wat te werken. Ofwel op afstand vanaf de boot, ofwel tijdelijk terug naar Nederland, afhankelijk van het werk dat we kunnen vinden.

We pakken de zeilbijbel van Jimmy Cornell erbij om de routes nog eens te bestuderen die we willen gaan varen. En we kijken ook nog eens goed naar de wind- en weersomstandigheden die we kunnen verwachten als we straks gewoon verder varen. We weten dat het orkaanseizoen in het Carieb in juni start en dat we daar dan niet willen zijn. Maar, we weten ook dat orkanen in Brazilië, Suriname en zelfs een aantal zuidelijke Caribische eilanden zo goed als nooit voor komen. Dat hoeft ons dus niet per se tegen te houden om verder te gaan. Om het regenseizoen in Kaapverdië en Gambia te ontlopen, moeten we dan in juli vertrekken richting Brazilië om daar tegen het einde van het regenseizoen aldaar aan te komen. Mochten we vanaf daar niet naar het zuiden gaan, maar naar het noorden, dan zou ook een bezoek aan Suriname in het grote droge seizoen een mogelijkheid zijn. Maar, in juli de Atlantische Ocean oversteken betekent een veel grotere kans op windstiltes en squalls (heftige korte buien met veel wind). Daarnaast is het een stuk makkelijker en goedkoper om vanaf de Canarische Eilanden terug te vliegen naar Nederland dan vanuit het Carieb. We nemen dus het besluit om de zomer hier te blijven en in het najaar weer verder te gaan. Dat besluit viel sneller dan ik had gedacht; ik moet nog even wennen aan het idee, maar mijn onrust is in ieder geval wel weg. Binnenkort op zoek naar werk dus!

Maar eerst tijd voor vakantie. Na drie weken lang elke dag klussen zijn we daar wel aan toe. We zijn helemaal klaar met het in de haven liggen. San Miguel is een golfoord met héél veel vakantiehuisjes en hotels en voornamelijk Britse toeristen. Hoewel de golfbaan voor wat groen in de omgeving zorgt, is het verder dus niet echt een leuke plek. En nóg een nacht naar de muziek van onze Spaanse buur luisteren, zien we ook niet zo zitten. Dus op vrijdag 11 maart zetten we alles op alles om Awa weer om te toveren in een boot in plaats van een werkplaats. Zonder geluncht te hebben, zeggen we tegen 16.00 uur iedereen gedag en vluchten we de haven uit. Op naar de ankerplek bij Montaña Roja! Met een dikke grijns kijken we elkaar aan: dit voelt goed! Al is het op de motor, we varen weer! Wat een bevrijding. Halverwege steekt plots een schildpad zijn kop boven water. Voor ons een teken dat we de juiste beslissing hebben genomen. Na een uurtje liggen we stevig voor anker naast de Marín. Het is de eerste keer (los van de ankerplek naast de haven van Las Palmas) dat we ankeren op de Canarische Eilanden. Veel rustige ankerplekken heb je hier namelijk niet. Dat komt voornamelijk doordat je rekening moet houden met de richting van wind én van de swell. Regelmatig komen die uit totaal tegenovergestelde richting waardoor je dan al snel enorm kan liggen rollen. Maar Martin en Lisa zijn inmiddels experts in ankerplekken uitzoeken en ze hebben helemaal gelijk: we schommelen een klein beetje, maar we liggen behoorlijk beschut tegen de wind uit het noordoosten en de swell uit het noordwesten. Het enige wat ons wakker maakt ’s nachts is het schip dat het nabijgelegen vliegveld voorziet van een flinke lading kerosine. Afgemeerd aan vier meerboeien en een anker pompt het schip bijna 24 uur lang brandstof via een pijpleiding over. Na twee nachtjes ankeren en een gezellige avond met Martin en Lisa vertrekken we naar het volgende eiland: La Gomera. Een bezoek aan dit eiland staat hoog op mijn lijstje. Het toerisme schijnt hier nog niet geëxplodeerd te zijn, het is er groen en het eiland heeft een speciale fluittaal: Silbo.

We vertrekken met het eerste licht om ervoor te zorgen dat we ’s middags niet een bak wind over ons heen krijgen. Een heel stuk moeten we motoren om uit de windschaduw van Tenerife te komen. Een beetje zonde, maar we hebben niet echt een andere keus. Voor de dagen erna staat er namelijk een stormachtige noordwesten wind op het menu. Net ten noorden van Los Christianos wees Lisa ons een plek aan waar we gegarandeerd walvissen zouden spotten. Als we ter plaatse zijn zien we inderdaad overal bootjes met toeristen die opzoek zijn naar walvissen. Ingespannen speuren we de horizon af. Dan zie ik op een bootje verderop iemand naar het water wijzen. “Ik denk dat we die kant op moeten, Joost”, zeg ik terwijl ik naar het bootje wijs. Langzaam varen we dichterbij. En warempel: de zwarte stompe koppen komen rustig uit het water omhoog. We zetten de motor uit en verlijeren rustig wat op het grootzeil. Nieuwsgierig komen de grienden ook even bij ons kijken. Dit voelt luxe: voor noppes op de eerste rang. Dan trekt de wind tijdelijk wat aan en onder zeil varen we verder naar La Gomera. Niet veel later moet de motor weer bij, maar de drie grienden die we onderweg nog tegenkomen maken dat goed. Ook zien we een aantal verdachte blauwpaars-transparante mini zeiltjes aan het wateroppervlak. Portugese oorlogsschepen? Of toch andere kwallen? In ieder geval niet het moment om even lekker de voeten in het water te steken. Als we dichter bij La Gomera komen, zien we een catamaran die wat voor ons uit vaart ineens vooruit schieten. Eindelijk weer zeilen! We trekken de reven uit het grootzeil en rollen de genua uit. Langzaam zien we kopjes op het water verschijnen. We kijken elkaar aan: de acceleratiezone? Nog geen twee minuten later zetten we toch het eerste rif maar weer in het grootzeil. Joost is net terug in de kuip als we besluiten dat het tweede rif ook geen kwaad kan. We hebben inderdaad de acceleratiezone te pakken. Dat kunnen we wel gebruiken met dit windstille weer. Met een goede 20 knopen schijnbare wind schuimen we aan de wind richting San Sebastian. Dit is lekker zeilen!

De dagen in San Sebastian vliegen voorbij. De eerste dag regent en waait het flink. Een ideale dag om de kuip af te kitten. Op dag twee nemen Linda en Anne van de Zeezot ons mee op sleeptouw. We nemen de bus die door het nevelwoud langs het startpunt van één van de vele wandelingen rijdt. Als we het hoogste puntje van eiland (1487m) bereikt hebben zien we precies niks: we zitten midden in de wolken met harde wind. Gewapend met regenkleding en goede wandelschoenen houden we de moed erin. Na anderhalf uur met afwisselend lichte mist tot flinke miezer besluiten we dat het mooi geweest is. De zon lijkt het niet te gaan winnen en onze regenjassen blijken niet zo waterdicht meer als we dachten. We regelen een lift nadat we eerst een uur bij een bushalte hebben staan koukleumen. In de auto zien we dat het maar 6 ⁰C is. Geen wonder dat we het koud hadden. Terug in San Sebastian schijnt het zonnetje gelukkig wel en is het 10 ⁰C warmer. Voor de dag erna hebben Anne, Marcel en Linda een Twingo mét panoramadak geleend van een andere zeiler uit de haven. Of we mee willen om wat meer van het eiland te zien. Dat laten we ons geen tweede keer zeggen. Dit keer maken we een wandeling naar een waterval (zeldzaam op de Canarische Eilanden) en schijnt de zon volop! Anne en Marcel bieden aan om terug te gaan naar de auto en ons beneden op te pikken zodat wij met Linda verder kunnen afdalen. In totaal dalen we zo’n 600 hoogtemeters door de super groene Barranco del Cedro. Beneden staat de Twingo al geduldig op ons te wachten. Via de noordkust, waar de wind en golven behoorlijk op inbeuken, maken we de tour af. Het laatste stuk door het (weer mistige) nevelwoud geeft de Twingo er de brui aan. We staan midden op de weg, het is koud en de schemer valt in. Wat nu? Na een tijdje rijdt er een Spanjaard voorbij. Hij stopt voor ons en vraagt wat eraan scheelt. We leggen de situatie uit. Hij geeft ons zijn nummer en biedt aan vertaler te zijn voor het geval we een automonteur nodig hebben. Blijkbaar had de Twingo deze korte pauze nodig om bij te komen, want hij start plots weer. Terug in de haven halen we opgelucht adem. Gehaald!

10 reacties

  1. Bedankt voor dit nieuws. Goed om te zien , dat jullie weer varen en goed begeleid worden!
    Een lentegroet uit Gunsbach!
    Alexandra

  2. pracht verhaal! en wat een mooie foto’s en omgeving. Heerlijk dat jullie na al het geklust weer zeilen en kunnen genieten van de omgeving.

  3. Jullie kunnen altijd nog voor een reisprogramma gaan werken 😉 Mooi geschreven en vet filmpje. Ben benieuwd naar jullie vervolgstappen!

  4. leuk verhaal jongens, fijn dat jullie boot weer dicht is en jullie weer verder kunnen, lekker genieten ( doe ik va jullie verhalen)

    goede vaart

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.