Retourtje Scheveningen

“De wind wordt zuid en er komt zon, deze week gaan we hoor!” We prikken eindelijk onze echte vertrekdag. We geven onszelf nog twee dagen om het gereedschap weg te stoppen, overbodige spullen weg te doen, onze berging te legen en de boot in te ruimen. Twee weken eerder hadden we onze laatste werkdagen al gehad en onze Scheveningse vrienden al gedag gezegd. Toch hield de eindeloze klussenlijst en de noorderwind, die al 2 maanden de overhand had, ons ‘thuis’. Maar nu gaan we, hoe dan ook.

“De was, ik ga nog even een wasje draaien, we hebben nog muntjes”, zegt Marrit. “O ja, de was, goed idee, dan hebben we dat in ieder geval gehad.” “Hoe laat heb jij gezegd dat we gaan? Ik ongeveer rond lunch tijd?” “In de middag”, antwoord Marrit. Dat gaat lekker. De meesten werken wel thuis vanwege de nog steeds geldende corona-maatregelen, maar niet iedereen kan zomaar even naar het havenhoofd komen om ons uit te zwaaien. We geven via Whatsapp een vertrektijd door. Teun en Lotje komen nog langs om wat spullen van ons over te nemen, Raoul brengt nog een lekker stuk Limburgse vlaai. Met een kop koffie in het zonnetje is het op die manier eigenlijk veel te gezellig om weg te gaan. Maar ik word onrustig en start de motor. Onze live-locatie gooi ik ook in de groep. De was was uiteraard nog lang niet droog en hangt nu door de hele kajuit.

Op beide havenhoofden staan ze te zwaaien: iedereen die ons afgelopen jaren heeft geholpen. In bijna ieders huis hebben we wel een tijdje kunnen wonen. We konden altijd wel een auto lenen. De één heeft geholpen met laswerk, de ander met elektronica of schilderwerk. We hebben wasjes kunnen draaien en aan kunnen schuiven voor het eten. Ook onze surfspullen, waar we nu nog maar net een plekje voor konden vinden in de boot, mochten we ergens stallen de afgelopen twee jaar. Wat een moment dit. We zetten zeil, de motor gaat uit. Nog één keer zwaaien we en pinken een traantje weg. We hijsen de gennaker en zetten de boot op de stuurautomaat. Scheveningen verdwijnt langzaam in de ons achtervolgende mist. Eindelijk ploffen we neer op een kussentje en laten onze gezichten warmen in de zon. Behalve het bruisen van de zee is het stil aan boord. Van mijn werkgever Tonko krijg ik een berichtje: “Geniet van het avontuur! Het maakt niet uit hoe lang je baard straks is, je kan gewoon weer bij ons komen werken als je terug komt!” Het doet me beseffen wat we allemaal wel niet achterlaten, maar geeft ook vertrouwen dat er eigenlijk geen reden hoeft te zijn om een dergelijke reis niet te maken…

De rust is maar van korte duur. Hoewel de vogeltjes fluiten in het zonovergoten haventje aan Zijkanaal C, zijn we weer van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat aan het werk. Alle spullen die we zo mooi hadden ingepakt liggen weer op het dek. Voor het aansluiten van de zonnepanelen en de AIS (Automatic Identification System – daarmee kunnen schepen elkaars positie delen) moeten we kabels trekken door onze achterhut. We ontdekken daar onderin nog wat roest wat we behandelen. Van onze achterburen krijgen we ijsjes en de allervriendelijkste havenmeester van IJmond bood zelfs aan dat we zijn auto konden lenen! Ondertussen komen vrienden uit Haarlem en Zaandam langs, kunnen we nog net pasgeboren Wies bezoeken in Haarlem en gaan nog een paar dagen naar papa en mama in de Achterhoek.

Onze “afscheidstour” gaat verder via Amsterdam. Nicht Ingrid komt op bezoek met kleine Tove. Zij is zo onder de indruk van de boot, dat ze spontaan als een baby’tje gaat praten. De grootste koek die ze ooit gegeten heeft verklapt dat ze dat toch allang niet meer is… Op het IJ maken we een zeiltochtje met mijn vriendengroep “van vroeger”. “Wat zijn de huidige corona-regels ook alweer?” vraag ik. Naast ons wordt een scheepje door de politie aangehouden. Ik vind uiteraard dat we een gigantische jacht hebben, maar met z’n zevenen anderhalve meter afstand houden kan in theorie waarschijnlijk maar net. “Je mag weer in groepsverband buiten sporten”, antwoordt Jordi. Watersport bedrijven we dus. “Vanaf nu hebben jullie allemaal zeilles en doe de biertjes maar even uit het zicht”. Niet veel later komt de rib op ons afgesneld om halverwege weer rechtsomkeert te maken. Covid blijkt nog steeds iets om rekening mee te houden…

Vanuit Amsterdam varen we met zusje Lotte en haar vriend Sybren naar Lelystad-haven. Daar mogen we gratis gebruik maken van de box van mijn ouders die zelf met de boot op vakantie zijn. De sleutel van hun auto ligt klaar op het havenkantoor. Dat is nog eens service! Met de auto gaan we op bezoek bij oma.

De wind komt ondertussen weer uit het noorden. Een stevige dag opkruisen naar de Friese kust test of we alles stormvast hebben ingepakt. Dat is voor het grootste gedeelte het geval. Wanneer ik even naar binnen ga hoor ik een vreemd brommend geluid. Tegelijkertijd hoor ik water stromen. Verschrikt haast ik mij naar het inspectieluik om de schroefasdichting te controleren. Het blijkt iets anders te zijn. De drinkwaterpomp doet z’n uiterste best om de 300 liter drinkwater die we aan boord in een tank meenemen, via een losgesprongen slang de bilge in te pompen. Onhandig, maar in de bewoonde wereld eenvoudig te herstellen. Als we straks een grote oversteek maken nemen we dus ook reserve-water mee!

We gaan graag met de boot voor anker. Behalve dat dit een hoop havengeld bespaart, lig je ook op veel mooiere plekken. Middenin de natuur. Om beschutting te zoeken voor de harde wind, besluiten we in Stavoren door de sluis te gaan en op een meertje aan de binnenkant te gaan liggen. We hebben een digitale waterkaart op een tablet, die we hebben opgehangen onder de buiskap. Ideaal, zo zien we dat de Morra meer dan genoeg diepgang heeft voor onze boot. Op volle vaart stuur ik de boot de vaargeul uit om een stuk af te snijden. Nog geen twee tellen later voelt het alsof we met de boot over een verkeersdrempel varen. Na twee keer stuiteren komt de boot bijna tot stilstand. Ik gooi het roer om, terug naar dieper water. Gelukkig is de bodem hier relatief zacht. Verderop doen we nog een poging om buiten de vaargeul te komen, maar ook hier loopt de dieptemeter heel snel terug. De kaart blijkt niet te kloppen en we geven de poging om te ankeren op. Dan toch maar in een haven.

De afscheidstour gaat verder. In Stavoren komen opa en oma met oom Maarten langs. Op het IJsselmeer varen we een stuk op met papa en mama. Teun vaart ons tegemoet in de Bon Bida van zijn oom, dus die zeggen we nog eens gedag. Vanuit Workum zeilen we nog een dagje mee in de boot van heit en mem en halen we onze tweede Covid-vaccinatie. Nog een korte pitstop bij de zeilmaker in Makkum en dan is onze agenda ineens leeg. We zijn vrij om de wereld in te trekken. Helaas niet de hele wereld. Ons oorspronkelijke plan om direct over te steken naar Schotland strandt op de strenge corona- en Brexit-regels daar. De wind die eindelijk weer eens zuid is en ons zo naar de Orkney-eilanden zou kunnen blazen, werkt ons tegen om naar het zuiden te gaan. Een kleine week liggen we voor anker bij Kornwerderzand. We doen nog een paar kleine klusjes, genieten van het mooie weer, zwemmen en onthaasten. De wind blijft nog even uit de verkeerde hoek, dus we besluiten toch maar dezelfde weg terug te varen: IJsselmeer, Markermeer, Noordzeekanaal. Als deze weer noord wordt zijn we er helemaal klaar voor om in één keer naar Bretagne te zeilen. Ons geduld is op en we kunnen geen dag langer wachten. Bij IJmuiden gaan we de Noordzee weer op. Maar als ter hoogte van Noordwijk zelfs de gennaker er slap bij hangt, en het grootzeil klappert op de vervelende golfslag, zit er maar één ding op: bakboord uit, motor aan en weer terug naar Scheveningen.

10 reacties

  1. Super leuk om te lezen.
    Hopelijk komt er snel een goed windje aan voor jullie!
    Ben benieuwd naar het volgende bericht. X

  2. Joost en Marrit,
    Op de stroom kun je ook een eind komen.
    Na Dover kun je een dubbele stroom meepakken.
    Ik wens jullie een goede vaart toe
    en zie uit naar de volgende berichten.
    Jack Th.

    1. Dank Jack! We werden in Stavoren nog gespot door een vriend van je.
      Hoe we voorbij Dover kwamen, lees je in het volgende bericht. Leuk om je zo op de hoogte te kunnen houden!

  3. hallo Luitjes, een avontuurlijk verslag, ik hoop dat er nog veel mogen
    komen. als ik weer patat ga eten, zal ik de haven eens afturen.
    misschien zie ik je wel.
    voorzichtig en tot …..

  4. superleuk om jullie avontuur te volgen.
    Stiekem wel jaloers op jullie , je leeft maar 1 keer
    enne……..staat de wind verkeerd, ik heb wel plek voor jullie!!

  5. Super leuk om jullie verhaal te lezen! Havenmeester Frank tipte mij over jullie blog! In de verenigingshaven IJmond zocht ik een zwemtrap kwam toen langs jullie wandelen op de steiger en was al erg onder de indruk van jullie boot! En nu nog meer onder de indruk van jullie mooie plannen. Veel plezier op jullie avontuur, en ik ga jullie blog volgen 🙂 Groetjes Julia

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.