De Atlantische oversteek

We kiezen het ruime sop! Op ongeregelde momenten plaatsten we hier een update over hoe het met ons gaat onderweg naar Brazilië. Opnieuw met behulp van Sanne.

Maandag 9 januari, 14.00 UTC

De afgelopen week is er een leegloop gaande in Mindelo. We zijn de hekkensluiters van de groep Nederlanders met wie we Oud & Nieuw vierden. Iedereen was bezig met boodschappen, de laatste reparaties, een check boven in de mast en het onderwaterschip schoonkrabben. Onze laatste centen hebben we uitgegeven. De netjes met fruit en de kratten met verse groente zijn volledig gevuld, de tanks afgetopt met diesel en water en het allerbelangrijkst: Joost is fit genoeg. De wind is iets gaan liggen ten opzichte van afgelopen weekend, dus het belooft een rustige inslingerdag te worden. Het rubberbootje lieten we net leeglopen, de hoezen zijn van de zeilen en het oliepijl van de motor is gecheckt. We duwen de laatste dingetjes in kastjes en zetten alles stormvast. Evenaar, we komen eraan!

Dagen op zee: 1
Afgelegde afstand: 0 NM
Gemiddelde snelheid: –

Dinsdag 10 januari, 19.00 UTC

“Zijn we ervoor klaar voor?”, vraag ik Joost. “Ja! Of nee, niet. De luiken zitten nog niet dicht, zie ik”, antwoordt Joost. Nadat ik de dek-luiken dicht heb gedaan, gaat het anker omhoog. We vertrekken uit de grote baai van Mindelo onder niet al te veel zeil. We moeten tussen de relatief smalle doorgang van twee eilanden door en weten dat het daar flink kan blazen. Al snel maken we van twee reven in het grootzeil, drie. De genua maakt plaats voor de kotterfok. Tijdens het reven vliegt de tablet met daarop onze digitale kaart het gangboord in. “Pak ‘m!”, schreeuw ik. Joost kan net voorkomen dat de tablet overboord gaat. Wat een geluk! Niet alleen is het de fijnste manier om te navigeren, er staan ook allemaal pas gedownloade films op als vermaak voor onderweg. Met uitschieters van 30 knopen over dek racen we de oceaan op. “Wat je noemt een vliegende start”, merkt Joost droog op. Eenmaal verder op zee, kalmeert zowel de wind als de golfslag iets en worden we uitgezwaaid door
enthousiaste dolfijnen. 
Inmiddels hebben we de zuidelijke Kaapverdische Eilanden ook achter ons gelaten. Vanaf nu hoeven we alleen maar achter de zon aan. 

Dagen op zee: 2
Afgelegde afstand: 185 NM
Gemiddelde snelheid: 6,4 knopen

Donderdag 12 januari, 20.50 UTC

Inmiddels zitten we vier dagen en drie nachten op zee. De zee is vrij ruw. De passaatwind varieert, uitschieters daargelaten, tussen de 20 en 25 knopen en de richting is constant, noordoost. Onze koers is ook constant, recht naar het zuiden. Om het onszelf niet moeilijker te maken dan nodig, hebben we drie reven in het grootzeil staan, en rollen we de genua, afhankelijk van de windkracht, zo nu en dan wat in of uit. Op deze manier doen we zo’n 150 mijl per dag. Dat schiet lekker op, hoewel we daar weinig van merken als we om ons heen kijken. We zien elke dag dezelfde luchten, dezelfde soorten vogels en vliegende vissen, hetzelfde zeewier en dezelfde blauwe heuvels met witte schuimkoppen om ons heen. Andere schepen zijn er niet. En elke dag, rond een uur of vijf, rolt er een golf de kuip in. Neptunus wil ook een borrel!

Voor de variatie moeten we dus zelf zorgen. “Ik ga brood bakken!” roept Marrit. Dat kan ik natuurlijk alleen maar aanmoedigen, maar ik ben wel benieuwd hoe ze dat gaat klaarspelen op ons rollende scheepje. En warempel, zonder dat er al te veel meel door de kajuit is gevlogen, haal ik twee uur later een heerlijk bruin gebakken brood uit de oven. Mèt krokante korst. Wat een feest!

Dagen op zee: 4
Afgelegde afstand: 487 NM
Gemiddelde snelheid: 6,2 knopen

Zaterdag 14 januari, 03.00 uur UTC

“Marrit, wakker worden”, fluistert Joost. Kreunend reageer ik: “Ik was al wakker. Wat gaan we heen en weer zeg. Is de wind soms gaan liggen?” Ik ga op het brugdek zitten om verder wakker te worden. Ondertussen kijk ik naar de windmeter: nog maar 12 knopen over dek. Joost ontreeft het grootzeil nog en kruipt dan gauw op de bank achter het slingerzeil. Het is 23.30 uur en mijn beurt om de wacht te houden. Ik heb er net vier uur slaap opzitten en voel me prima. Ik grijp de koptelefoon en telefoon van de kaartentafel, installeer me in de kuip en zet een podcast aan. Die verslinden we echt onderweg. Na zo’n drie uur voel ik mijn ogen zwaar worden. Ik besluit wat te dutten het laatste uurtje. Met de timer aan val ik in de kuip in slaap om dan na 15 minuten wakker te worden. Ik kijk even snel om me heen kijken, check de AIS en slaap dan weer verder. 

Overdag houdt de wind zich nog steeds koest. Dat betekent dat de zee ook wat vlakker wordt en het leven aan boord weer aangenaam. Dat biedt mogelijkheden: een uitgebreide douche op het voordek en de hengel gaat uit. Na heel veel wier, zit er uiteindelijk toch ook een vis aan! Die gaat de pan in ’s avonds. Voordat de volgende nacht zich aandoet, checken we nog een keer het weer. Het komende etmaal houden we deze wind min of meer. En na morgen overdag kunnen we de eerste felle regenbuien gaan verwachten. Als ik ’s nachts kleine lichtflitsen zie, schrik ik dus even. Onweer?! Ik zet de radar aan, om te kijken of ik een bui kan ontdekken. Het lukt me alleen niet de instellingen goed te krijgen. Ik probeer Joost wakker te schudden, maar die slaapt al als een os. Als ik buiten een tijdje om me heen zit te kijken, realiseer ik me dat ik veel sterren, geen grote wolken en nergens echt een dikke bliksem zie. Waarschijnlijk zit er hoog boven ons wat statische lading in de lucht, maar hoef ik niet bang te zijn voor een dikke bui. Nu ik mezelf gerustgesteld heb, verzink ik weer in een cabaretshow.

Dagen op zee: 6
Afgelegde afstand: 655 NM
Gemiddelde snelheid: 5,9 knopen

Zondag 15 januari, 15:50 UTC

We hadden geen idee wat we bij de doldrums konden verwachten. Althans, we hebben er genoeg over gelezen, ervaren is toch iets anders…

“Wat zullen we er nu eens van maken?” vraagt Marrit. Wederom heb ik weer een lekkere Mahi Mahi binnen gehengeld. Het fileren gaat steeds beter en trots snij ik er twee mooie grote filets af. We bladeren wat kookboeken door en gaan voor een “Escabeche”. De zure marinade zorgt ervoor dat we het gerecht ook goed kunnen bewaren, de vis is immers te groot om in één keer op te eten. Heerlijk!

We hebben de Mahi Mahi amper achter de kiezen als de wolken breken. Een uur lang hebben we een gigantisch harde stortbui. De eerste regen die we hebben sinds september spoelt al het zout en Sahara zand dat we sindsdien hebben opgespaard van de boot. Het regent zo hard, dat al het opspattende water rondom de boot als een witte waas oplicht in het licht van onze navigatieverlichting. Daaromheen is het stikdonker. Een mooi gezicht. We staan in de startblokken om de zeilen binnen te halen, maar gek genoeg doet het natuurgeweld amper iets met de wind. De rest van de nacht zijn we extra alert. We kunnen de buien goed zien op de radar, maar ontwijken blijkt lastiger. Dan valt de wind een tijdje helemaal weg, om vervolgens zacht uit het zuidoosten te komen. De dagen met een stabiele noordoostpassaat zijn geteld. Het waren er zes.

Inmiddels zeilen we met ca. 3 knopen over een lome zee met een lichte, wisselende wind. Het is grijs en af en toe regent het. Ik kan er wel van genieten, na vier maanden zon. Alles aan boord is klam en de thermometer zegt dat alleen ondergoed voldoende kleding is: 33°C. Een bruine fregatvogel cirkelt een aantal rondjes dicht om de boot. Een landingsplek wordt hem niet gegund. De komende dagen zullen we wisselend weer houden tot we in de stabiele zuidoostpassaat, onder de evenaar, terechtkomen.

Dagen op zee: 7
Afgelegde afstand: 835 NM
Gemiddelde snelheid: 5,7 knopen

Maandag 16 januari, 20.30 UTC

Tot nu toe konden we bijna alles zeilen, maar zondag einde middag houdt dat op. De zeilen staan te flapperen en de boot is een speelbal van de golven. De golven komen uit drie richtingen: van voren, van achteren en van bakboord. Van het grootzeil maken we een steunzeiltje door het derde rif te zetten en we zetten de motor zachtjes aan. We slapen voor het eerst in ons eigen bed. Voorin hoor je de motor minder en de boot licht er rustig genoeg voor. 

’s Ochtends vroeg vindt Joost het tijd voor een sprong in het diepe blauwe water. Al snel moet hij aanzetten om de boot bij te houden: wind. Eenmaal terug aan boord proberen we de snelheid in de boot te krijgen met de gennaker. Wel 3 hele knopen! Dat gaat goed! Althans, voor een uurtje en dan flapperen de zeilen weer alle kanten op. De motor gaat weer aan.

Het is de hele dag zonnig met een hoop kleine en ook grotere wolken in de lucht. Dit is hoe we het ons hadden voorgesteld hier. We lezen wat, maken ons druk over wat te lunchen en halen weerinformatie binnen. En dan aan het einde van de dag is het raak: een dikke bui. Joost is eerst nog sceptisch, maar ik sta te juichen in de regen met de shampoo in mijn hand. Als we merken dat de wind 100% meevalt, zepen we ons in. Ik kan nog net op tijd mijn haar uitspoelen voordat de zon weer door de wolken prikt. Er komt zelfs een regenboog tevoorschijn en we spotten een groep grienden (walvis soort). Net als alles opgedroogd is, krijgen we nog een keer de volle laag. Op de radar zie ik dat de bui snel dichterbij komt. Gespannen zitten we samen onder de buiskap te kijken naar de dreigende donkere lucht. Voorbereid op het ergste valt het opnieuw mee: 23 knopen wind met heel veel regen. En dan is het donker. Tijd om te ontdekken wat de nacht voor ons in petto heeft. 

Dagen op zee: 8
Afgelegde afstand: 940 NM
Gemiddelde snelheid: 5,4 knopen

Woensdag 18 januari, 22:00 UTC

Dinsdagochtend 17 januari ben ik het helemaal zat. Voor mij staat een motor voor constante herrie en kankerverwekkende uitlaatgassen die over de boot waaien. Daarnaast kost elk uurtje motoren ongeveer € 4,- aan brandstof en speelt in m’n achterhoofd dat het 30 jaar oude beestje nog een tijdje mee moet. Dus zodra ik merk dat we iets wind krijgen, gaan alle zeilen erop en de motor uit. Dat is die dag hard werken. De wind varieert tussen de 5 en 10 knopen, net wel of net niet genoeg om te kunnen zeilen. Zodra de wind inzakt, nemen de golven de regie over de zeilen, die dan beginnen te klapperen. De boot wordt onbestuurbaar, dus de motor moet weer aan. Deze cyclus herhaalt zich een aantal keer. Na het ontwijken van enkele buien gaan we die nacht weer op de motor in. Ik moet maar zo denken, op deze manier zijn we in ieder geval eerder op bestemming dan we scheurbuik krijgen.

Woensdag vroeg in de ochtend, 40 mijl voor de evenaar, druk ik voor de laatste keer de stopknop in. De stilte is, na opgeteld ca. 48 uur motoren, oorverdovend. Met een gangetje van 3 knopen glijdt de Awa over kabbelende golven, onder een indrukwekkende sterrenhemel. Na een zelfgemaakte pizza mét oceaan water als één van de ingrediënten ga ik te kooi en Marrit neemt de wacht over. Ze krijgt ruim een uur gezelschap van een grote groep dolfijnen die enthousiast rondom de boot zwemt en springt. Ik hoor hun geplons en hoge pieptonen naast me, terwijl ik op bed lig, door de romp heen. 

Als ik wakker word, kan het aftellen beginnen. We voelen een soort nieuwjaarsspanning. En dat is terecht, want het is niet niets om van de winter de zomer in te zeilen, zonder het voorjaar mee te maken. En ook het afwaswater moet ineens rechtsomdraaiend de afvoer in.

Queen Neptune, ruler of the seas, we thank you for sending us a representative and escort for our journey as
we cross this sacred line into the South hemisphere. We ask for your blessing in our continued
sailing. We are your humble servants, and offer you libations in return for your protection. We ask you
for fair winds, following seas, and thrilling adventures.

Neptunus is in vrouwelijke vorm aan boord gekomen, dus ik vraag haar vriendelijk of we de evenaar over mogen. Met een borrel is het allemaal snel beslecht. Zouden de Zuid Amerikaanse ambtenaren straks ook zo meegaand zijn?

Dagen op zee: 10
Afgelegde afstand: 1143 NM
Gemiddelde snelheid: 4,6 knopen

Zaterdag 21 januari, 17.00 UTC

Met een felle zaklamp beschijn ik de radar achterop de boot. Niet dat er iets met de radar aan de hand is. Het gaat om de ongenode gast die probeert het ding als landingsplek te gebruiken. Hetzelfde geldt voor de buitenboordmotor en de bimini. En de buiskap. Midden in de nacht probeert er één, als we mazzel hebben, of een hele groep vogels onze boot als pauzeplek te gebruiken. Zeekraaien ben ik ze maar gaan noemen. Het zijn ranke zwarte vogels met een witte streep vanaf hun lange dunne snavel over de kop. Met kleine zwarte kraaloogjes kijken ze je eigenwijs aan en ze verjagen elkaar met luid gekraai. Met het licht probeer ik ze te verblinden zodat ze niet kunnen landen. Als ze eenmaal zitten, gaan ze namelijk niet meer weg tot het licht wordt. Waarom dat probleem is? Behalve een onder gescheten boot verder niet zoveel. Het irritante is alleen dat ze het woord mensenschuw niet kennen. Meerdere keren probeert er één ons hoofd als landingsplek uit. En daar zijn we niet van gediend. 
Na drie nachten op rij zijn we het zat. Inmiddels werkt de pikhaak ook als “afduwer” en denken we na over het ophangen van vlaggen op de populaire landingsplekken. Het is oorlog!

Overdag vermaken we ons met sudokus maken voor elkaar. De één verzint er één en de ander lost hem op. We doen spelletjes op een antislipmatje, maken een spa van de Awa en houden filmmiddagen inclusief cola en chips. Ik maak limonade van citroensap en bak nog een brood. En ook huishoudelijke taken worden opgepakt. Het koelelement van de koelkast moet ontdaan worden van zijn homp ijs. Dit ijs overboord zetten met deze temperaturen zou een doodzonde zijn, dus doen we net of we een ijsmachine aan boord hebben en genieten van ijskoude drankjes. Zo glijden de dagen voorbij. 

De verse voorraad aan eten slinkt. We redden de wortels voordat ze helemaal zwart zijn en snijden de maden uit de kool voordat die in de pan gaat. Tomaten, komkommers en paprikas zijn al op. In de kistjes liggen nog een courgette, aubergine, pompoen, aardappelen en uien. Die eerste twee houden het ook niet zo heel lang meer uit, dus nog even en dan gaan we over op blikvoer. Dat levert dan alleen wel weer extra afval op. Daarmee gaat het tot nu toe prima. We gebruiken een voormalige 5 l waterkan als prullenbak. Verpakkingen knippen we klein als dat nodig is en proppen ze vervolgens de kan in. Het grote voordeel hiervan: het is compact en reukvrij. Lege potjes en blikken passen hier niet in natuurlijk. Sommige boten zetten deze, al dan niet plat of kapot geslagen, overboord. De gedachte hierachter is dat glas en blik uiteindelijk wel vergaat in zee. Een vis gevangen in een metalen ring in de vissershaven van La Gomera deed ons besluiten dat we dit niet wilden. Het afval van drie weken moeten we wel aan boord kunnen houden, op het GFT afval na dan. Hoe minder afval in de oceaan, hoe beter. We spoelen lege potjes, melkpakken en blikken dus om met zeewater en stoppen deze in een grote boodschappentas in het achteronder. 

Afgelegde afstand: 1492 NM (we zijn op tweederde!)
Gemiddelde snelheid: 5,1 knopen
Dagen op zee: 13

Dinsdag 24 januari, 11.00 UTC

De zuidoostpassaat waar we vlak voor de evenaar mee te maken kregen, waait nog steeds. We hoeven dus weinig aan de zeilen en koers te veranderen. Wel waait het nu wat harder en zijn de golven weer wat hoger. Aan het eind van de dag ontstaan meestal stapelwolken met buien die het vaste patroon van de wind en golven wat verstoren. Helaas is onze schroefasgenerator ermee opgehouden. Hiermee kunnen we stroom opwekken tijdens het zeilen, dankzij de meedraaiende schroef. In plaats van dat we stroom te over hebben, moeten we nu extra zuinig doen. Vooral de koelkast moet hard werken in deze temperaturen. Onze zonnepanelen kunnen het net bijhouden, maar krijgen de accus niet meer helemaal vol.

“Awa, Awa, here Brazilian Navy Vessel, do you copy, over?” Liever word ik gewekt met een ontbijtje op bed, maar daar kan de meneer aan de andere kant van de lijn me waarschijnlijk niet aan helpen. Het gesprek dat volgt gaat wat moeizaam, maar als de stem wordt vervangen door een beter Engels sprekende collega, wordt ons in ieder geval duidelijk dat we onze koers behoorlijk moeten aanpassen. We zitten ter hoogte van Recife, nog net meer dan 200 mijl uit de kust. Dat is de grens waar de economische zone van een land begint, men heeft daar zeggenschap over bijvoorbeeld de olie onder de zeebodem en de visserij. Dan volgt een uitgebreid vragenvuur over wie we zijn, waar we vandaan komen en waar we heen willen. We verleggen onze koers, maar begrijpen niet precies waarom. Een half uurtje later draait er een marineschip achter ons langs om een tijdje naast ons te varen. Na een kwartiertje gaat het schip er weer vandoor. Pas als we horen dat ook een vrachtschip wordt gevraagd om om te varen, wordt ons duidelijk dat ze een militaire operatie uitvoeren in een bepaalde zone. Het eerste contact met Brazilië is gelegd, we hopen maar dat de meeste Brazilianen wèl vriendelijk zijn.

Inmiddels is het de derde maandag die we op zee doorgebracht hebben. In tegenstelling tot de eerste maandag moeten we het deze nacht grotendeels zonder de maan doen. Toch is het niet echt donker en dat komt door de overweldigende sterrenhemel en de Melkweg. Ik zie zoveel vallende sterren dat m’n wensen inmiddels op zijn. 

We hebben nu koers gezet richting de kust, Bahia de Salvador. De laatste fase van de tocht is dus begonnen.

Afgelegde afstand: 1867 mijl
Gemiddelde snelheid: 5 knopen 
Aantal dagen op zee: 16

Locatie op dinsdagavond 24 januari:

Links op de kaart zie je Brazilië. Ze schieten lekker op! Nog een paar dagen varen.

Donderdag 26 januari, 17.00 UTC

Trrrrrrrgggggh. De hengel gaat af. Net als ik het eten klaar heb. “Te laat”, mompel ik. Even later houdt Joost met een brede grijns een mooi formaat tonijn omhoog. “Morgen moeten we ook eten, toch?” En zo is dat. Een tikkeltje gehaast eten we de aardappelsalade en dan kruip ik in ons bed voorin. We proberen de wachten een uur eerder te laten beginnen dan eerst, zodat Joost na zijn laatste wacht nog net in het donker in slaap kan vallen ’s ochtends. Ik lig dus om 18.30u voor mijn gevoel klaarwakker in bed. Toch duurt het niet heel lang voor ik slaap. Als Joost me wakker maakt is het nog net zo rustig als toen ik naar bed ging. “Het lijkt wel alsof we in een limousine zitten, zo soepel glijden we over de golven”, zegt Joost. Nog geen uur later is de oceaan veranderd in een bokkig paard. Ik sluit de luiken als ik de eerste spetters voel. Sorry Joost, denk ik. 

De dag erop vullen we met bedenken wat te maken van de tonijn: tartaar, sashimi, steak en tortilla’s met tonijn. Een luxe, nu de verse groenten langzaamaan opraken. Een andere bezigheid is de eerste zeilmanoeuvre van deze reis. Na zestien etmalen op zee maken we een gijp. We zijn een halfuur zoet met het omzetten van de zeilen, alle lijnen en de boom. Naderhand zoeken we verkoeling in de nieuw ontstane schaduw voorop het dek. De wind die tot dan toe lekker doorstond, valt bijna helemaal weg. Onze windvaan stuurt niet meer en dus gaan we over op de elektrische stuurautomaat. Die geeft vaker dan ons lief is een storing aan. Verschrikt denk ik aan het moeten hand sturen de laatste paar dagen. We proberen of het bijvullen van het oliereservoir ons kan verlossen van dat schrikbeeld. Nog best een lastig klusje op een schommelende boot. Het bijvullen lukt, maar de storing blijft. Bummer… Wat een geluk dat het ’s nachts weer begint te waaien! We zoeven de nacht door en dan ineens realiseren we  ons dat we misschien nog maar één nacht op zee voor de boeg hebben. Spannend!

Afgelegde afstand: 2128 NM
Gemiddelde snelheid: 5,1 knopen
Aantal dagen op zee: 17

Vrijdag 27 januari, 14.40 UTC

WE ZIJN ER! Na precies 18 etmalen op zee knopen we vast in de haven Terminal Náutico van Salvador de Bahía. Ineens hebben we weer vaste grond onder onze voeten na een dubbele oceaanoversteek: van oost naar west én van het noordelijk naar het zuidelijk halfrond. De laatste nacht was onstuimig met veel wind en flink opbouwende golven van achter. We sliepen dus niet al te best, maar dat maakt allemaal niet meer uit, want we zijn er. Na een hartelijke ontvangst door havenmeester Dominique en een vlot inklaringsproces, trekken we ’s avonds een dik verdiend biertje open. Daarna vallen we als een blok in slaap. Over en sluiten.

Afgelegde afstand: 2280,4 NM Gemiddelde snelheid: 5,2 knopen Aantal dagen op zee: 19

Door Awa

Awa is een zeilboot. Een stalen Rekere 36 ontworpen door Dick Zaal. Gemaakt om de oceanen mee over te steken en de wereld mee rond te zeilen.

13 reacties

  1. Wat een reis zeg, leuk om te lezen. Fijn dat jullie bijna aan de overkant zijn. Weer nieuwe avonturen. En al die vissen die je vangt, mmmm, smullen.

  2. WoW, Toppers! Gefeliciteerd!
    Geweldig om jullie verslag te lezen van de oversteek, leuk om zo mee te kunnen reizen.
    Geniet van Salvador de Bahia.

  3. Heerlijk om zo mee te reizen! Het gevoel van het weer, het leven om de boot en het gevoel dat de beleving van tijd verandert. Benieuwd naar de sfeer van het volgende hoofdstuk 🙂

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *