Onweer in de roaring fourties

Nog twee keer boren we de boeg diep in een golf. De haveningang van Mar del Plata ligt recht in de wind. De golfslag is hier, op het ondiepere water, kort en stijl. Maar deze windrichting is precies goed voor ons. We draaien de boeg naar het zuiden en vieren de schoten. Zeeleeuwen kijken ons nieuwsgierig na. Met stroom, zon en een stevige wind mee varen we de roaring fourties tegemoet. In dit gebied, beneden de veertigste breedtegraad, is het weer veranderlijker en onberekenbaar. Zelfs in de zomer komt de wind met regelmaat boven de veertig knopen uit.

Puzzelen met het weer

Het is daarom wennen voor ons om de tocht te plannen. Voorheen bleven we liever in een haven liggen als we meer dan vijfentwintig knopen wind konden verwachten. Maar we krijgen hier de indruk dat we dan nooit weg komen. Gelukkig is de Argentijnse kust meestal hogerwal. De golven krijgen dan geen tijd om zich op te bouwen en hardere wind kan, in ieder geval de boot, prima hebben.

Dit weervenster is precies lang genoeg om in drie dagen San Blas te bereiken en te schuilen voor de harde zuidenwind die eraan komt. Daarom proberen we het tempo erin te houden. Als in de eerste nacht de wind inzakt, gaan direct de reven eruit. Met een schuin oog houden we het onweer op de horizon in de gaten. Dit lijkt vooral boven land te blijven hangen en niet dichterbij te komen.

Onweer op zee

Nog slaperig steek ik m’n hoofd uit het luik. “Hoe gaat het?”, vraag ik Marrit. “Het onweer lijkt deze nacht wel recht voor ons te zitten, verder is alles prima.”  Of het de mentale drempel is van de veertigste breedtegraad die we zojuist gepasseerd zijn, of de harde windvlagen die er ondertussen al lang hadden moeten zijn, maar we besluiten voor de zekerheid het grootzeil toch maar helemaal weg te halen. Met de genua aan de ene kant op de boom en de kotterfok aan de andere, lopen we voor de wind weg. Het gaat niet hard, maar de boot is zo ook mooi in balans en de windvaan houdt ons prima op koers. Mocht de wind toch nog hard worden, kunnen we de voorzeilen snel inrollen. Marrit kruipt haar kooi in, terwijl ik recht op de flitsen in de verte afvaar.

Hoopvol kijk ik op het radarscherm, maar ik kan geen buien waarnemen. Dus kan ik ook niet zien of het onweer aan ons voorbij trekt. Als de flitsen een steeds groter deel van de hemelkoepel in beslag nemen, lijkt deze kans vervlogen. Met m’n hart in m’n keel besef ik dat we er recht doorheen moeten. Om maar ergens controle over te hebben, gooi ik snel wat belangrijke elektronica in de metalen oven. Deze kooi van Faraday moet schade bij blikseminslag beperken. Wat staat ons te wachten? Ik heb nog nooit zoiets gezien. Het flitst aan één stuk door. Als door een stroboskoop worden de wolken vrijwel constant verlicht. Het bijzondere is dat ik maar een enkele flits het wateroppervlak zie bereiken, de rest lijkt zich vooral in de lucht af te spelen. Dan hoor ik de eerste windstoten over het water aankomen. Ik spring naar achter om de zeilen in te rollen. “Heb je hulp nodig?”, roept Marrit die verschrikt uit bed gekropen komt, boven het lawaai uit. Golven komen van alle kanten en het is aardedonker. Verdwaasd probeer ik me te oriënteren. Op de GPS zie ik dat we honderdtachtig graden gedraaid zijn en de andere kant op varen! De windvaan houdt ons nog steeds op een voordewindse koers, maar de wind komt inmiddels met veertig knopen precies van de andere kant. De boot hobbelt, alleen op de mast, relatief rustig met de wind mee. We geven onszelf een moment om na te denken. Hoe komen we uit deze situatie? Als we met de wind mee gaan blijven we in de onweersbui “gevangen” en is de enige beschutte ankerplek langs deze kust steeds verder weg. We besluiten op de motor om te draaien en recht door de ellende heen te varen. Blij met de forse vijftig PK en grote driebladsschroef die we hebben, gaat dit verassend goed.

Na een klein uurtje wordt het lichter, houden de flitsen op, wordt de wind minder en zetten we weer een zeil bij. Met de Iridium GO! halen we nieuwe gribfiles binnen. Aan de weersverwachting blijkt niets veranderd. Het onweer zien we ook nergens terug, het zal een incident zijn geweest.

Uit het niets een rolwolk

Hoopvol koersen we aan op Bahía San Blas. Met afgaand tij loopt dit deltagebied leeg en kan het tot vier knopen stromen. De stroomgeul is niet gemarkeerd en je moet een ondiepte over tussen de zandbanken. Niet ideaal, maar gelukkig weten we van de Long John Silver, die hier een week eerder was, dat de kaart betrouwbaar is. Ook onze timing is perfect: We zijn er een paar uur voor hoog water, zodat we én stroom mee hebben, én veel water onder de kiel. Daarnaast zou de wind ook moeten gaan liggen.

“Wow, wat is dat?!” Tien minuten was ik binnen, maar nu ik mijn hoofd uit het luik steek, zie ik een rolwolk van horizon tot horizon op ons afkomen, daarachter een pikzwarte lucht. Net op tijd hebben we de zeilen weer weg. Windstoten komen letterlijk van alle kanten. De zee verandert in een heksenketel en het water begint te stuiven. Het duurt niet lang, maar wat blijft is een harde wind uit het zuidoosten. De zandbanken bij San Blas, waar we binnen een uur zullen zijn, zijn nu lagerwal en de golven bouwen zich op. Het voelt niet comfortabel, maar bij gebrek aan opties en lang leve de GPS prikken we de boot tussen de brekers en de zandbanken door naar beschut water.

Een Argentijnse temporal

Eenmaal geankerd in vlak water en weer binnen telefoonbereik krijgen we bericht: “Where were you guys during this storm?” Op de filmpjes en foto’s die volgen zien we dat de provincie Buenos Aires, maar ook Uruguay, getroffen is door de zwaarste storm in jaren. In Bahia Blanca, twee plaatsen verderop, is het dak van een evenementenhal ingestort en zijn dertien mensen om het leven gekomen. Onze vrienden in Yacht Club Argentino, de meest beschutte haven die we kennen, hebben achtenvijftig knopen wind gemeten. We hebben nog geluk gehad dat deze temporal, zoals ze de onweersstorm in het Argentijnse nieuws noemen, bij ons nog aan het opbouwen was.

Een knal zo hard als we nog nooit gehoord hebben houdt ons nog even uit bed. Blijkbaar is het nog niet voorbij. Hoewel we rekenen op een windstille nacht in vlak water, krijg we nóg een onweersbui over ons heen. De bliksem moet heel dichtbij zijn ingeslagen. De benauwde uren die volgen liggen we te rukken aan onze ankerketting in het ondiepe water. De wind gaat hard tegen de uitgaande stroming in en we stuiteren alle kanten op. Als we nu losbreken liggen we binnen enkele seconden op een zandplaat. Veel kunnen we er niet aan doen, dus proberen we nog wat slaap in te halen. De echte storm, die wél in de verwachtingen staat en de reden is waarom we hier beschutting hebben gezocht, staat immers voor morgen op de agenda. Waarom moesten we ook alweer zo nodig naar het zuiden?

Voor anker onder de hogerwal

De volgende ochtend is het zonovergoten en windstil. Het stikt van de vogels. Deze mooie plek tussen de zandbanken heeft iets weg van de Waddenzee, behalve dan dat op een zandbank verderop flamingo’s rondlopen. Lang kunnen we niet van de omgeving genieten. We hebben een paar uur de tijd voor de wind naar het zuiden draait. Daarvoor zoeken we beschutting dicht onder de hogerwal, vijf mijl verderop, voor het dorpje San Blas. Het is moeilijk voor te stellen dat we kunnen ankeren aan de rand van de diepe, snelstromende geul. Maar dicht onder de hoge, steile oever blijkt het amper te stromen. Het anker pakt goed en de bomen en huizen houden de meeste wind tegen. Hoewel een paar scheepslengtes achter ons het water flink kolkt en de wind door de top van de mast giert, liggen we er redelijk rustig bij. Ondertussen zoekend naar de volgende mogelijkheid om verder te varen…

2 reacties

  1. Ha Joost en Marrit,
    Leuk weer wat van jullie te lezen. Super dat jullie weer op weg zijn.
    En mazzel dat jullie de storm niet in volle omvang over jullie hebben heen gekregen.
    Ben al benieuwd naar de volgende flessenpost.
    Behouden vaart

    Groet willem2

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *