Niet zomaar het einde van de wereld

Het dorpje Finisterre met aan de rechterkant de ankerbaai en aan de linkerkant de surfspot

‘Aarrrgghhhh, neeee!’ Ik schreeuw het uit. Waarvoor ik altijd zo op mijn hoede ben, gebeurt nu toch. Mijn linkerhand zit vast in de ankerlier, tussen de ketting en de rol. Met mijn rechterhand zoek ik de hendel die nog los op het dek ligt. Hiermee kan je de spanning van de ketting halen. Ik kan er net bij en weet mezelf weer los te krijgen. Als ik merk dat ik mijn vingers gewoon kan bewegen, ebt de schrik weg. De schade is een kneuzing, twee blauwe nagels en wat bloed, dat had vast erger kunnen zijn.

Na het vertrek van Paul blijven we nog een paar dagen op dezelfde plek liggen. Hij had zijn vertrek niet beter kunnen timen: de swell ging eruit en we kregen er regen voor terug. Ideaal om even bij te komen van al dat rondrijden en surfen. Nu schijnt de zon weer volop en hebben we een heerlijke wind uit het noordoosten. Perfecte condities voor het ronden van de beroemde en beruchte Kaap Finisterre. In de buurt van de kaap neemt de wind nog flink toe en is het verleidelijk om verder naar het zuiden door te varen. Toch sturen we zo dicht mogelijk om de kaap heen tegen de wind op. Met een dubbel rif in het grootzeil en alleen de kotterfok bij kruizen we redelijk ontspannen tegen de 30 knopen wind in, om even later, beschut onder de hoge wal, het anker te laten vallen bij het dorpje Finisterre. Het einde van de wereld moeten we toch even van dichtbij gaan bekijken.

De volgende ochtend sta ik twijfelend het internet af te speuren op zoek naar informatie over surfen bij Praia do Mar de Fóra, het strand net aan de andere kant van het dorp Finisterre. Er is weinig over te vinden. De wind is vrij hard en de swell lijkt niet erg hoog. Daar komt bij dat het nogal een onderneming is: board uitpakken, bijboot in het water, motor erachter, een stuk varen, naar de andere kant van het dorp lopen en het duingebied oversteken. Maar de goede sessies van een week eerder hebben een soort verslaving aangewakkerd en met aanmoedigingen van Marrit besluit ik ervoor te gaan.

De eerste golven die ik tussen de bomen door kan zien, beuken met een flinke kracht dicht op het strand. Close-outs. Het strand lijkt verlaten. Even ben ik bang dat alle moeite voor niets is. Maar als ik verder loop, en het hele strand kan overzien, zie ik aan de rechterkant een mooie rechtse golf lopen. De aflandige wind maakt de golven hol en krachtig. Verderop komt nog een groepje surfers het strand op. Dat is een goed teken. Zo snel als ik kan spurt ik de zee in. Een half uur lang ben ik de enige in het water en heb de golven voor het uitzoeken.

Als ik na talloze golven vermoeid naar buiten peddel, ik krijg er maar geen genoeg van, blijkt dat het toch wel zo veilig is om niet helemaal in je eentje te surfen. Terwijl ik onder een golf door probeer te duiken, onderschat ik de kracht volledig. Het board slaat uit mijn handen en komt hard tegen mijn gezicht aan. Even denk ik dat er niets aan de hand is, maar flinke druppels bloed blijven maar op mijn board terecht komen. Ik baal dat ik eruit moet.

Op het strand wijst een vriendelijke lokale surfer me adequaat de weg naar de dokter. ‘It’s not big, but deep, it must be stitched.’ Het is een paar kilometer lopen voordat ik, board onder de arm, in mijn natte wetsuit en met een bebloed gezicht, de praktijk binnen wandel. Een handjevol wachtenden kijkt verschrikt op. Bewust van mijn vertoning voel ik me enerzijds wat bezwaard, anderzijds kan ik er vanbinnen ook wel om lachen. De zorgmedewerkers spreken nauwelijks Engels, en ik nog slechter Spaans. Gelukkig zijn er weinig woorden voor nodig om uit te leggen waar ik voor kom. Ik word super vriendelijk en snel geholpen en een half uurtje later sta ik alweer buiten, drie hechtingen rijker.

Terug van de surfsessie met oorlogswond

Die middag lopen we het laatste stuk van de pelgrimstocht tussen Santiago de Compostela en Kaap Finisterre. Het wandelpad loopt langs een geasfalteerde weg waar touringbussen, auto’s en campers af en aan rijden om toeristen naar deze bekende plek te brengen. Van een pelgrimstocht hadden we toch wel een wat romantischer beeld. Het uitzicht over zee is er gelukkig niet minder om. Op de weg terug vinden we een wandelpad via de andere kant van de landtong. Dit pad loopt over rotsen, door het bos en langs verschillende uitzichtpunten. Kijk, dat lijkt er meer op!

Terwijl we ’s avonds onze Duitse buren aan boord hebben voor een biertje, draait de wind een paar graden verder naar het oosten. Deze paar graden verschil maakt dat we weer in de golven liggen. We weten dat een klein stukje verderop genoeg beschutting is, maar helaas is het al laat en donker, dus blijven we liggen. We incasseren een onrustige nacht. De volgende ria, Ria de Muros, biedt meer beschutting. We liggen hier tussen de rotsen aan de voet van een dicht bos en hebben een strandje voor onszelf. Een prachtige plek! Het dorp Muros belooft een pittoresk vissersdorp te zijn. Wij zijn niet zo onder de indruk. Maar des te meer van de plaatselijke dolfijn die er geen genoeg van krijgt om met het ankerballetje, de ankerketting en het bijbootje te spelen.

Intussen merken we ook dat hier de herfst is begonnen. Hoewel het overdag, uit de wind en in de zon, nog lekker warm is, zijn de nachten een stuk koeler. Ook het weer wordt wisselvalliger. We krijgen vaker regen en windrichtingen en kracht wisselen met de dag. Als bij een inkomend front veel regen en wind voorspeld is, twijfelen we om, net als de buren, een haven op te zoeken. Toch hebben we veel vertrouwen in ons ankergerei en liggen we redelijk beschut aan een prachtig strand. Het 25kg Rocna anker en de 60 meter, 10mm ketting is voor onze boot vrij zwaar. Ook 50 knopen wind zou geen probleem moeten zijn. Terwijl we binnen in de boot schuilen voor de regen, merk ik op dat de golven wel erg hoog zijn ineens. ‘We hellen ook al een tijdje over één boeg, ik zit lekker comfortabel,’ zegt Marrit. Ze steekt haar hoofd uit de kajuit. We blijken losgeslagen en middenop de Ria te liggen. Het anker bungelt recht onder de boot op inmiddels 25 meter diepte. In plaats van eieren voor ons geld te kiezen, motoren we tegen de wind in terug naar het strand. Die nacht doen we geen oog dicht, maar de volgende ochtend is het vertrouwen in het anker weer hersteld. Je moet natuurlijk wel genoeg ketting steken….

5 reacties

  1. Je moet er monsterlijk uitgezien hebben met al dat bloed over je gezicht😰 maar gelukkig hebben ze daar ook hechtdraden. Wat een prachtige baaien en ongekend mooie avondluchten! Leuk verhaal weer, heerlijk.

  2. Voor de volgende keer bij de dokter:
    “He sido un poco estupido”

    Ik ben benieuwd met hoeveel littekens je terug gaat komen!

    Verder ziet de omgeving er wel echt vet uit. Hebben jullie nog wonderen gezien in Santiago?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.