Islas Canarias

“Goede positie! Gale (+34) blijft jullie waarschijnlijk bespaard […].” Luidde de laatste weersinformatie die we via de satellietverbinding van mijn vader kregen. De hele dag hebben we alle zeilen bij zodat we vóór de storm in de haven van Arrecife, Lanzarote kunnen liggen. De zon krijgen we nog heel even te zien als deze onder de donkere wolken zakt die rondom het eiland hangen. Dan zien we de windmeter in korte tijd oplopen van twaalf naar tweeëntwintig knopen over dek, en ook nog eens twintig graden draaien. “Zullen we eerst de genua of kotterfok inrollen, of toch eerst het grootzeil reven?”, vraagt Marrit. Op dit soort momenten is het altijd weer de vraag of de verandering van de wind tijdelijk is of juist nóg harder gaat worden. We reven het grootzeil, rollen de genua weg en halen de spinnakerboom binnen. Dan gijpen we en alleen op de kotterfok en het grootzeil is de haven ineens mooi bezeild op een ruimewindse koers.

De volgende dag giert de wind met dertig knopen door de haven. Verassend uitgerust worden we wakker. De Canarische Eilanden staan bekend om de goede windsurfcondities, dus ik pak meteen de spotguide erbij om te kijken waar dat kan. De beste locatie van Lanzarote is helaas niet om de hoek en vanwege de pandemie blijkt het niet mogelijk dezelfde dag nog een huurauto te regelen: Een aantal bedrijven is failliet gegaan en huurauto’s die kapot gaan staan soms lange tijd stil om op onderdelen te wachten. Dus dan moet het maar zoals we dat in Scheveningen gewend zijn: op de fiets. Als we na acht kilometer, heuvel op, heuvel af en tegen de wind in, bij de spot aankomen, blijkt de moeite niet voor niets. We zien kleurrijke zeiltjes heen en weer schieten over het water, masthoge golven breken op het rif een stuk uit de kust en ik blijk de juiste zeilmaat bij me te hebben. Tot zonsondergang kan ik mijn geluk niet op: Eindelijk wind én golven!

“Nou, zeg het maar, waar zullen we eerst heen?”, vraag ik Marrit. We hebben voor drie dagen een huurauto weten te bemachtigen om het hele eiland rond te crossen. Als je dat bij een lokaal bedrijf doet, heb je geen gedoe met vage contracten en extra verzekeringen die je worden aangesmeerd. Bij ‘staat van de auto’ wordt keurig ‘bueno’ genoteerd en we kunnen de auto inleveren zo laat als we maar willen, als we de sleutel maar onder de mat leggen.

De eerste bestemming is de oude hoofdstad van Lanzarote: Teguise. Hier geen lelijke appartementengebouwen voor toeristen zoals op andere plaatsen langs de kust, maar een schattig oud, karakteristiek stadje met witte huisjes en groene kozijnen. De markt blijkt wel weer volledig ingericht te zijn voor toeristen en is ook nog eens afgeladen vol, dus die slaan we over. We rijden verder richting het bezoekerscentrum van het nationaal park “Timanfaya”. “Hier zouden toch ook ergens wat meer bomen moeten staan?,” zeg ik verbaasd tegen Marrit. Het landschap is heel erg uitgestrekt, kaal en kurkdroog. Overal om ons heen zien we vulkanen, de ene nog groter dan de ander. Alleen ‘groen’ op Google maps blijkt “national park” en de donkere vlekken op Google Earth blijken gestolde lavastromen, oftewel Canarische weilanden. We maken een prachtige wandeling door een gestolde lavarivier en rondom een vulkaankrater. Deze zijn nog heel ‘gaaf’ omdat de laatste uitbarsting pas een kleine 300 jaar geleden heeft plaats gevonden. We krijgen zo ook een beeld van wat er op La Palma gaande is…. Met een lekke band in de middle-of-nowhere sluiten we de dag af.

De overige dagen met de auto gebruiken we om langs verschillende uitzichtspunten, een zoutvlakte, groen meer en stranden te rijden. We kopen groot in om de voedselvoorraad weer aan te vullen en bezoeken de voormalige woning van César Manrique, gebouwd ín een gestolde lavastroom. Deze kunstenaar / architect kwam van Lanzarote en zijn stempel is op verschillende plekken op het eiland terug te vinden. Erg inspirerend!

Teleurgesteld klap ik mijn laptop dicht. “Laten we dan maar kijken hoe we zo snel mogelijk op Gran Canaria kunnen komen.” De wind waait hier normaal gesproken uit het noordoosten, maar blijft de komende tijd uit tussen oost en zuid hangen. Dat betekent dat we op de twee ankerplekken die we in ons hoofd hadden niet kunnen liggen. La Graciosa, een klein eilandje ten noorden van Lanzarote, en Isla de Lobos, een eilandje ten noorden van Fuerteventura, tevens een bekende golfsurfspot. De tactiek wordt om met de oostenwind zo zuidelijk mogelijk op Fuerteventura te komen, om vervolgens met de zuidenwind over te steken naar Gran Canaria.

“Wat is dat daar?” roept Marrit. De haven van Arrecife verdwijnt langzaam uit het zicht als we ons naar het zuiden laten blazen. We hebben duidelijk de zomer weer ingehaald en genieten van de warme zon. Het blijkt een krat. Helaas komen we vaak afval tegen onderweg: jerrycans, vuilniszakken, kluwen visnet en drijfhout. En dan ineens: “Schildpad!” Een grote geelgroene zeeschildpad glijdt rustig door het helderblauwe water achter onze boot langs. En Marrit is op dreef, want kort daarna is het weer raak: “Wat is dat?! Een walvis?!” Vijftien meter naast de boot zien we nieuwsgierige oogjes boven het water uitsteken, een flinke schedel, een kleine rugvin en een lang lijf volgen. Dan komt hij nogmaals boven, ditmaal iets dichterbij. Online proberen we uit te zoeken wat voor beest het is. Te lang voor een grijze dolfijn, te licht van kleur voor een griend. We houden het op een albino griend.

“Pan-pan, pan-pan, pan-pan…” klinkt het luid door de pas ingebouwde buitenspeaker van de marifoon. “…blue boat with an unknown amount of people adrift southwest of Fuerteventura.” Een vergelijkbare melding hebben we eerder gehoord, maar dit keer is ook de positie bekend. Terwijl de kustwacht de coördinaten opnoemt kijken we met een schuin oog naar onze eigen positie. De vluchtelingenboot zit op dezelfde lengtegraad als wij, maar wel een stuk zuidelijker dan onze eindbestemming. “En nu?” Marrit en ik kijken elkaar vragend aan. “Laten ze die mensen vervolgens aan hun lot over?”

Hoewel we vrij dicht onder de kust varen, zien we de hele dag Fuerteventura niet liggen. De zuidoosten wind brengt zand mee uit de Sahara, waardoor het zicht slecht is. Pas als de zon onder is, klaart het op. We zien de bergen aangelicht worden door de volle maan en de lichtbundels van vuurtoren ‘Faro de Entallada’. Een prachtig gezicht, waar we tijdens het avondeten van genieten. De dolfijnen die rondom de boot de zeevonk laten oplichten maken de lichtshow compleet. De rust wordt nog één keer verstoord als rond de kaap de wind nog flink aantrekt en we weer aan de gang moeten met de zeilen. Niet veel later leggen we aan in Gran Tarajal.

We liggen aangemeerd tegenover barakken van het Rode Kruis. En die staan daar niet voor niets, leren we als ’s nachts een kleine blauwe boot, van een amper zeven meter, zonder motor of zeilen, wordt binnengebracht. Geruisloos klimmen de vluchtelingen aan land, waar ze worden opgevangen en met bussen naar een andere locatie worden gebracht. De enige getuigen de volgende dag zijn vier schoenen en het kleine bootje waarin ze zijn gekomen.

Onze tactiek blijkt te werken. Vanaf Gran Tarajal steken we over naar Las Palmas te Cran Canaria wat met de zuidelijke wind precies bezeild is. Dan zit het eerste deel van onze reis erop. Hier zullen we een aantal weken blijven voor het nodige onderhoud. Voornamelijk bestaat dat uit het wegwerken van roest in de kuip, rondom de watertanks en onder de achterhut.

6 reacties

  1. Dag lieve beiden!
    Bedankt voor jullie niuewe bericht!
    Wij volgen jullie reis met veel interesse en wensen jullie een goede jaarswisseling!

    1. Dankjewel! Een tocht en een vaart kijken we nu al naar uit… Maar dat zal voor jullie al helemaal zo zijn. Nog even de tanden op elkaar!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.